Veelgestelde vragen

  • aankoopstrategie

  • Kopen jullie jullie energie zelf aan op de groothandelsmarkt?
    Nee, op dit moment niet. We hebben als aankoopcentrale een aanbesteding gedaan en zijn met een erkende leverancier in zee gegaan die de rol opneemt van aankoper op de groothandelsmarkt. Het gaat over een aanbesteding van twee jaar. Dan zetten we opnieuw een openbare aanbesteding in de markt. 
  • Hoe is de keuze voor de bevoorrader tot stand gekomen?

    Er werd niet onderhandeld. We hebben de Wet Overheidsopdrachten gevolgd en een aanbesteding uitgeschreven. Daarin werd gesteld dat de bevoorrader voor ons op de spotmarkt diende aan te kopen, en werd gevraagd naar de dienstenvergoeding. Van de vier bevoorraders die hebben meegedongen, kozen we deze met de laagste prijs.

  • De Belpex is de laatste jaren dalend, maar dit kan toch niet blijven duren? Nemen we geen risico met in te kopen op de kortetermijnmarkt?

    Een studie van de CREG toont aan dat de kortetermijnmarkt gemiddeld over een aantal jaren genomen goedkoper is. Dat is uiteraard nog geen sluitende garantie voor de toekomst. Punctueel kan aankopen op de langetermijnmarkt goedkoper zijn, maar uit analyses blijkt dat zelfs voor een doorgewinterde aankoper het moeilijk is om systematischer goedkoper te zijn.

    Anderzijds is het belangrijk om naar het totaalplaatje te kijken. Wat is het aandeel van de energie op de totale energiefactuur? Wat met het risico van een heel koude winter? Relatief gezien zal je merken dat het risico van de kortetermijnmarkt kleiner is dan andere risico’s (koude versus warme winter, plots veranderende wetgeving met retroactieve impact,..) waar we vandaag de dag vaak niet wakker over liggen.

    Met de keuze voor de kortetermijnmarkt volgt het VEB tevens de wet overheidsopdrachten wat flexibiliteit betreft: gemakkelijk in- en uitstappen, gemakkelijk volume of EAN’s toevoegen of afnemen.

  • Is energie aankopen op de kortetermijnmarkt speculatie?
    Nee. Bij speculatie neem je een positie in, met het oog op een toekomstige marktverandering, en met de bedoeling om winst te maken. Het VEB neemt geen positie in. Het totale volume wordt aangekocht op de kortetermijnmarkt, telkens één dag tevoren. Bij de aankoop op de langetermijnmarkt betaalt u trouwens een risicopremie. Om in te kopen op deze markt en ‘zeker’ te zijn van een goede prijs is veel tijd en kennis nodig. Punctueel kan aankopen op de langetermijnmarkt goedkoper zijn, maar uit analyses blijkt dat zelfs voor een doorgewinterde aankoper het moeilijk is om systematischer goedkoper te zijn. Deze taak wordt dan vaak ook uitbesteed aan de leverancier of consultant. Bij de kortetermijnmarkt is die strakke opvolging niet nodig.
  • Hoe kopen jullie groenestroomcertificaten (GSC’s) en warmtekrachtcertificaten (WKC’s) aan?
    Elke maand houden we een minicompetitie tussen de verschillende aanbieders, we kiezen de goedkoopste uit en kopen exact het aantal certificaten dat we nodig hebben. Die kost rekenen we transparant door.
  • Waar komt jullie groene stroom vandaan?
    Je kan ervoor kiezen om specifieke eisen aan groene stroom te stellen. Mogelijke criteria kunnen zijn:
    • Type hernieuwbare energie: CO2-vrij (wind, zon, water) of CO2-neutraal (biomassa)
    • Herkomst: duurder uit België dan uit Scandinavië
    • Impact op het milieu: bv. biomassa die van ver moet worden aangevoerd
    • Ouderdom van de installatie: hoe ouder, hoe goedkoper
    In de loop van 2016 namen we de beslissing om biomassa uit de mix te halen. Biomassa wordt verkregen door verbranding of vergisting van organische materialen zoals hout, plantaardige olie of gft. Of biomassa echt duurzaam is staat ter discussie. Daarom gaan we voortaan voor 100% donkergroen. Verder kiezen we ervoor niet te veel criteria op te leggen aan onze bevoorrader. Want is dat een meerprijs die iedere entiteit wenst te betalen? Voor kleinere entiteiten of besturen kan dat de prijs erg de hoogte in jagen. Een voorbeeldje ter verduidelijking: als wij nu voor 0,10 euro/MWh GVO’s aankopen i.p.v. 0,50 euro/MWh (wanneer we meerdere criteria eisen) dan is dat voor een kleine gemeente met een verbruik van 3.200 MWh elektriciteit al gauw een meerkost van 1.280 euro/jaar.
    Mogelijk gaan we in de toekomst naar twee modellen, waarbij u de keuze krijgt.

    Klik hier voor de verdeling van 2016 (landen van herkomst en energiebronnen).
     
  • actieplan energie-efficiëntie

  • Wie kan beroep doen op de middelen van het Actieplan Energie-Efficiëntie?
    Bij de goedkeuring van het Actieplan Energie-Efficiëntie werd beslist welke entiteiten onder het toepassingsgebied vallen. Hier vindt u deze entiteiten opgesomd. Het Facilitair Bedrijf en de VRT bekwamen een afzonderlijke regeling omwille van hun specifieke situatie en kunnen geen beroep meer doen op de middelen uit het Actieplan.
  • Hoe mogen we de uitgespaarde middelen bij besparing hoger dan de vooropgestelde doelstelling aanwenden?
    Entiteiten die meer besparen dan de vooropgestelde doelstelling en hun energiekosten zien dalen tot onder het toegekende energiebudget, zullen de uitgespaarde middelen naar eigen inzicht kunnen aanwenden, bijvoorbeeld voor onderhoud of renovatiewerken.
  • Moet ook de technische infrastructuur opgenomen worden in de doelstelling?
    Op dit moment is de technische infrastructuur effectief meegenomen in de berekeningen. Het weglaten van deze verbruiken, zou een daling van het besparingspotentieel met 60 % betekenen.
  • Waar ligt de focus in het actieplan energie-efficiëntie?
    De prioriteit is een lagere energiekost met behoud van comfort. Door beheer en data komen we tot gerichte actie. Er moet vermeden worden dat er enkel studies uitgevoerd worden, zonder bijhorende actie. Dit alles in een kader van beperkte beleidsruimte en het sneeuwbalmodel.
  • Wat is primaire energie?
    Primaire energie is de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke energiegebruik te dekken. Want er gaat altijd een hoeveelheid energie verloren bij de opwekking, het transport, de verdeling enzovoort. Bij elektriciteit moet je je verbruik vermenigvuldigen met 2,5 en er, indien van toepassing, de energie van de fossiele brandstoffen bij optellen om de primaire energie te kennen. Aardgas heeft een hoger energetisch rendement: 90% of meer.

    Deze omrekening naar primaire energie is consistent met CO2-uitstoot en prijsvorming. Daarom gebruiken LNE, VEA en de EU bij voorkeur primaire energie als eenheid.
  • Wat als we geen budget hebben?
    Maatregelen op korte termijn betalen zich snel terug; dat past dus binnen uw budget. Voor middellangetermijn- en langetermijnmaatregelen kan u gebruik maken van de middelen waarvan sprake is in het actieplan. Als u voldoet aan de voorwaarden voor een energieprestatiecontract waarbij u de ESCO betaalt met een deel van de energiebesparing, heeft u geen extra investeringsbudget nodig.
  • Wanneer moeten de projecten uit de subsidieaanvraag uitgevoerd worden?
    Het beste is dat de werken effectief gestart worden in 2017. Minstens moet u het vastgelegd hebben in de begroting.
  • Komt het plaatsten van zonnepanelen in aanmerking voor subsidie?
    Het Actieplan Energie-Efficiëntie richt zich op het terugdringen van het verbruik: de zuiverste energie is immers de energie die men niet verbruikt. Om die reden worden projecten voor zonnepanelen niet door het actieplan ondersteund.
  • Kunnen correctiefactoren opgenomen worden in het kader van andere nota's uitgevaardigd door de Vlaamse regering?
    Specifieke aanvragen mogen altijd ingediend worden, ad hoc zal dan gekeken worden of de vraag al dan niet ontvankelijk wordt verklaard. Als vertrekpunt stellen we voor dat alle geledingen van de Vlaamse overheid zich volgende bindende doelstelling vanaf 2017 zouden eigen maken: het primair energieverbruik zal met minstens 2,09 % per jaar en per entiteit verminderen tot 2020. Een entiteit kan vrijgesteld worden van deze doelstelling, of een minder ambitieuze doelstelling toegewezen krijgen wanneer ze kan aantonen dat deze jaarlijkse doelstelling onhaalbaar is, tenzij door onredelijke  uitgaven te doen. Entiteiten die menen zich in deze situatie te bevinden, worden uitgenodigd om via een externe evaluatie aan te tonen dat er geen eenvoudige ingrepen meer mogelijk zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met prestatie-indicatoren zoals aantal leerlingen, aantal reizigers, hoeveelheid neerslag enzovoort.  
  • Hoe komt men aan het cijfer van 2,09 %?
    Dit percentage is afgeleid van de nota “VR 2015 1112 MED.0554/2” over de intra-Belgische inspanningsverdeling. Met deze vermindering van broeikasgassen bereiken we de doelstelling tegen 2020.
  • Kunnen we meerdere projecten indienen?
    Jazeker. U kan subsidies ontvangen tot 250.000 euro per project en tot 750.000 euro in totaal.
  • Wat betekent dit voor mijn budget?
    Dit betekent een daling van 2,09 % per jaar op het energiebudget van 2017 voor de grootste entiteiten. Voor andere entiteiten en sectoren (zorg, onderwijs…) is er geen sprake van een vermindering.
  • Wat gebeurt er met de ingehouden begrotingsmiddelen?
    Dit bedrag wordt gebruikt om efficiëntieprojecten te financieren. Elke entiteit kan middelen aanvragen van het fonds. Het VEB zal met de collega’s en de politieke stuurgroep een systeem uitwerken welke projecten, entiteiten en bedragen in aanmerking kunnen komen. Dit systeem zal vanaf 2017 operationeel zijn. 
  • Wat is de timing van de dienstverlening energie-efficiëntie?
    Energieprestatiecontracten zijn vandaag al beschikbaar en operationeel. Andere energiediensten en concepten worden in de loop van 2016 op punt gesteld in samenwerking met de stuurgroep. Het is de bedoeling dat begin 2017 alles operationeel is.
  • Moet het aanspreekpunt een energiecoördinator zijn?
    Dit kan maar moet niet. Bij de meeste entiteiten zal dit één medewerker zijn die een goed overzicht heeft over het verbruik binnen zijn entiteit en aan de directie (en de overheid) rapporteert.
  • Heeft dit actieplan een ESR-impact?
    Nee, dit plan heeft geen ESR-impact omdat enkel en alleen die middelen aangewend worden die gegenereerd worden door de doelstelling van 2,09 %.
  • Wat kan ik als entiteit nu al doen?
    Het ondertekenen van de beleidsverklaring en het aanduiden van een aanspreekpunt is essentieel, en zal de volgende stappen (data, projecten, opleiding, analyse, communicatie...) veel eenvoudiger maken.
  • Wat met de sectoren zorg en onderwijs?
    Vanaf 1 januari 2018 wordt voorgesteld om de bindende doelstelling ook als richtcijfer naar voor te schuiven ten aanzien van de door de Vlaamse overheid gesubsidieerde entiteiten in de zorgsector, de scholengroepen en de lokale besturen. Een belangrijk deel van het energieverbruik van de 'brede' Vlaamse overheid bevindt zich immers in deze sectoren.
  • Wat is het verschil tussen rubrieken 3.1. en 3.2. in het aanvraagformulier in het kader van de subsidieoproep?
    Onder kostprijs 3.1 wordt één cijfer verwacht, gesplitst over de verschillende begrotingsjaren. Onder begroting 3.2. wordt een overzicht van de opbouw van het budget verwacht: wat zijn de verschillende posten waar het geld aan wordt gespendeerd.
  • Wat als we enkel gebouwen huren van Het Facilitair Bedrijf?
    Voor de gebouwen waarvan Het Facilitair Bedrijf eigenaar is zal het zelf actie ondernemen waar mogelijk. HFB krijgt de nodige middelen om dat te realiseren.
  • Heeft het VEB een monopolie?
    Zeker niet, het VEB is een dienstverlener naast collega’s binnen de Vlaamse overheid. Met Het Facilitair Bedrijf zijn afspraken gemaakt om samen te werken, andere entiteiten kunnen activiteiten in eigen beheer uitvoeren. In ieder geval kan het VEB (samen met HFB) een aantal goede praktijken, gecentraliseerde kennis of krachtige aankoopcontracten aanbieden.
  • We zijn gebonden aan de wet overheidsopdrachten. Moeten we om de energiedoelstelling te halen, aanbestedingen in de markt zetten?
    U kan er ook voor kiezen om met het Vlaams EnergieBedrijf of Het Facilitair Bedrijf samen te werken voor energieprestatiecontracten of energiediensten. Daarmee voldoet u aan de wet overheidsopdrachten.
  • Wat met nieuwbouw?
    Dat komt in een latere fase aan bod.
  • Moeten we om aanspraak te maken op de extra middelen gebruik maken van de diensten van het VEB?
    Nee, de dienstverlening is ontkoppeld van de ter beschikking gestelde middelen.
  • Wat met huurgebouwen?
    In eerste instantie betreft het actieplan gebouwen in eigen beheer.
  • Vallen de lokale besturen onder het actieplan energie-efficiëntie?
    Veel lokale besturen hebben het convenant van burgemeesters ondertekend, en de distributienetbeheerders (Eandis & Infrax) hebben reeds jaren een uitgebreide dienstverlening op gebied van energiebeheer en -efficientie.
  • Hoe worden de verdere modaliteiten en prioritisering bepaald?
    Het VEB en collega’s zullen aan de politieke stuurgroep een voorstel doen over de verdeling van de ter beschikking gestelde middelen: hoe omgaan met doelgroepen, duurzaamheid, terugverdientijd, minimum of maximum… Dit systeem wordt in het najaar van 2016 op punt gezet, en zal vanaf 2017 in voege zijn.
  • Is deze doelstelling haalbaar voor mijn entiteit?
    Waarschijnlijk wel, maar het kost wat tijd en moeite (en data) om een beeld te krijgen van het potentieel en van de beste aanpak. Eenmaal in uitvoering zou 2,09 % haalbaar moeten zijn, zeker in de eerste jaren. De nota voorziet dat entiteiten die ‘echt’ aan de limieten van het (technisch en economisch) haalbare zitten, een aangepast kader kunnen vragen en krijgen. Bijkomend kan eveneens een koppeling met prestatiefactoren op een bepaald moment overwogen worden (hoeveelheid neerslag, aantal leerlingen, aantal reizigers,…).
  • Komen projecten in aanmerking waarvan het bestek al uitgestuurd of gegund is?
    Met het Actieplan Energie-Efficiëntie willen we bereiken dat nieuwe projecten en ideeën uit de schuif komen en in daden worden omgezet. We vinden het geweldig dat er al initiatieven genomen zijn en projecten gelanceerd zijn, maar die kunnen niet meer door het Actieplan Energie-Efficiëntie worden betoelaagd. We willen een duwtje geven om nieuwe projecten in de begroting op te nemen. In die zin komen projecten waarvoor het bestek al uitgezonden is, niet meer in aanmerking steun vanuit het actieplan.
  • Moeten de bedragen in de subsidieaanvraag inclusief of exclusief btw?
    Dat hangt ervan af of u btw-plichtig bent. Als u de btw kan recupereren is het exclusief btw en anders inclusief.
  • Worden de subsidies berekend aan de hand van de subsidieaanvraag of de gunning?
    De subsidies worden toegekend op basis van de berekeningen in de subsidieaanvraag. Dit is ook het maximum dat kan uitgekeerd worden, ook als het bedrag na de gunning hoger is. In het geval de werken finaal minder kosten dan het toegekende bedrag, kan maximaal de werkelijke kost uitgekeerd worden.
  • Hoe moet de rapportering verlopen? Krijgen we hulp met onze inventarisatie?
    U zal jaarlijks een vooraf ingevulde en vereenvoudigde Excel ontvangen, waarin de nog ontbrekende informatie kan worden aangevuld. Naarmate er meer authentieke bronnen binnen de overheid ter beschikking komen (VEB als leverancier, Vastgoeddatabank van HFB, afnames van Eandis en Infrax), wordt de input per entiteit minimaal.
  • algemeen

  • Is jullie aanbod volledig conform de wet overheidsopdrachten?
    Ja. Meer nog, aangezien we voor energielevering als aankoopcentrale werken, behandelen wij alle aspecten van de aanbesteding. U voldoet dus als klant aan de wet overheidsopdrachten, terwijl u vrijgesteld bent van het zelf voeren van een openbare aanbesteding.
  • Welke rechtsvorm heeft het VEB?
    Het VEB is in 2012 opgericht als extern verzelfstandigd agentschap (EVA) door het Vlaams Gewest in uitvoering van het oprichtingsdecreet van 2011. Daardoor is het VEB een agentschap van de Vlaamse overheid, en onderworpen aan alle decreten (en wetten) die van toepassing zijn op de overheid, oa de wet Overheidsopdrachten, het decreet Deugdelijk Bestuur en het Rekendecreet. In dat kader heeft het VEB een samenwerkingsakkoord ondertekend met de Vlaamse overheid. De voogdijminister van het VEB is de minister van Economie, Wetenschap en Innovatie (minister Muyters). Als agentschap kan het VEB binnen de wet overheidsopdrachten optreden als aankoopcentrale; de overheidsentiteiten/publieke diensten zijn vrijgesteld van aanbesteden.

    Het VEB is tegelijk opgericht als naamloze vennootschap (NV) naar privaat recht. De enige aandeelhouder is sinds september 2015 PMV (Participatiemaatschappij Vlaanderen), waarvan de Vlaamse Overheid op zijn beurt de enige aandeelhouder is. Als NV en als grote onderneming is het VEB onderworpen aan onder andere de vennootschapswetgeving: neerleggen van jaarrekening bij Nationale Bank, toezicht door bedrijfsrevisor enzovoort. Klik hier voor de lijst van de Raad van Bestuur. De heer Bart Huybrechts is voorzitter. Als naamloze vennootschap heeft het VEB alle vergunningen om energie (elektriciteit en aardgas) te leveren in de drie gewesten.

    Kortom: het VEB is een 100% overheidsbedrijf, maar heeft binnen de overheid de meeste kenmerken van een privaat bedrijf. Vandaar ons juridisch statuut: een extern verzelfstandigd agentschap naar privaat recht, opgericht als naamloze vennootschap.

     
  • Wat zijn de basisprincipes van het VEB als leverancier?
    De basisprincipes van het VEB zijn enerzijds identiek aan de criteria opgelegd aan de netbeheerder, namelijk ‘transparant’, ‘niet discriminerend’, ‘kostenreflectief’. We voegen daar een vierde waarde aan toe, namelijk ‘marktreflectief’, wij moeten én willen u elke dag verdienen.
  • Wie zit er vandaag in de stuurgroep? Kan iedereen lid worden?
    Momenteel worden volgende publieke diensten vertegenwoordigd in onze stuurgroep: Het Facilitair Bedrijf, Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn, GO!, VDAB, Provincie Antwerpen, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en Woonhaven Antwerpen.
    We staan altijd open voor kandidaturen van enthousiaste, gemotiveerde mensen.
    Iedereen is vrij om zich kandidaat te stellen, vervolgens zullen wij deze kandidatuur evalueren.
  • Kan iedereen gebruik maken van de diensten van het VEB?
    Het VEB staat ten dienste van alle Vlaamse  en federale overheidsinstellingen en lokale besturen. Uw juridische vorm maakt hierbij niet zoveel uit. Ook als bijvoorbeeld vzw kan u klant worden van het VEB, als u tenminste valt onder de wet overheidsopdrachten. Als u ruime werkingsmiddelen krijgt van een overheid (Vlaamse of federale overheid of gemeente), of de (subsidiërende) overheid de meerderheid van de bestuurders aanduidt in uw Raad van Bestuur, valt u onder de wet overheidsopdrachten. Bij twijfel kan u de lijst van de Nationale Bank raadplegen om te controleren of u tot onze doelgroep behoort, en anders doen wij dat wel voor u. Bekijk ook even onze werkings- en doelgroepennota.

    Zoekt u een energieleverancier en behoort u niet tot onze doelgroep? Doe de V-test van VREG.
     
  • Wat is het effect van de wijziging in de wet voor de openbare aanbesteding op het VEB?
    De wijzigingen gaan er onder andere over dat er voldoende gedetailleerd moet doorgegeven worden op wie de openbare aanbesteding precies slaat, dus voor wie het VEB aankoopt.
    De impact van de aanpassing is eerder beperkt.
    Momenteel loopt de discussie over het detailleren zelf. Vermoedelijk gaat het om het aangeven van een maximum en een minimum volume.
    Indien er echt in detail zou gegaan moeten worden over bijvoorbeeld de namen van de entiteiten voor wie het volume energie bedoeld is dan gaat dit eigenlijk voorbij aan het doel van de aankoopcentrale: het ontzorgen inzake wet overheidsopdrachten.
    Het VEB heeft voor de levering van aardgas en elektriciteit voor 2017-2018 reeds gegund, op die openbare aanbesteding waren de wijzigingen nog niet van toepassing. 
    Hoe het de jaren na 2018 zal lopen is momenteel nog een beetje moeilijk om te zeggen. Sowieso houdt het VEB rekening met de wijzigingen in de wetgeving en gaat het VEB tegelijkertijd voor de volledige ontzorging van haar klanten. Wij zien geen probleem bij deze wijzigingen.
  • benchmarking

  • Wordt benchmarking, bijvoorbeeld vergelijken met gelijkaardige gebouwen, mogelijk?
    Door de link met de vastgoeddatabank van het Facilitair Bedrijf heeft het VEB toegang tot veel bijkomende gegevens, zoals grootte, ouderdom en functie van de gebouwen. Uw verbruik kan ten opzichte van deze parameters bekeken worden. Het is mogelijk dat uw gebouw bij de ‘afwijkingen’ terecht komt als het verbruik in vergelijking met andere gebouwen van die grootte en functie te hoog is. Het VEB koppelt haar analyse terug aan de klant en adviseert over een mogelijk aanpak. Uiteraard moet het VEB eerst gegevens hebben eer ze kan analyseren en adviseren. Aangezien de levering van start gaat begin 2015, is deze functionaliteit volop actief vanaf 2016.
  • Wat is een energiekadaster?
    Dat is een inventaris van alle gebouwen van een entiteit met hun energieverbruiken, oppervlaktes, de benchmark,… U kunt het overzicht aanvullen met maatregelen die in de desbetreffende gebouwen genomen kunnen worden.
    Een energiekadaster moet u toelaten om eenvoudig de gebouwen met een hoog verbruik of een hoge benchmark op te sporen. De gebouwen kunnen geklasseerd worden volgens hun besparingspotentieel.
  • budgetraming

  • Hoe doet het VEB aan budgetraming en -opvolging?
    Budgetteren doen wij eerder conservatief, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Bij de raming gaan we voor de energieprijs uit van de Cal, dat is de prijs op de langetermijnmarkt. Voor de prijs van de distributie, transport, heffingen en taksen baseren wij ons op de technische en historische gegevens van de aansluiting plus de prijzen van netbeheerder en regelgever. Bijkomend suggereren we een onzekerheidsmarge van 3%. Onze suggestie voor de budgetraming kan de klant nog naar eigen inzicht aanpassen. Voor de maandelijkse opvolging wordt uw factuur naast de budgetraming gelegd. Met voortschrijdend inzicht kan de budgetraming aangepast worden bij aanhoudende afwijkingen.
  • Wat is een SLP?
    Op de website van VREG staat het volgende te lezen: ‘Er bestaan verschillende verbruiksprofielen, 6 voor elektriciteit en 3 voor aardgas. Deze verbruiksprofielen worden ook SLP’s genoemd. SLP staat voor 'synthetisch lastprofiel'. Het SLP is een curve of cijfertabel die per kwartier of per uur van een volledig jaar het relatieve verbruik weergeeft voor een bepaald type van klanten. Omdat de meeste klanten niet continu gemeten worden, zijn SLP’s nodig om te schatten hoeveel energie een klant in een bepaalde periode verbruikt. Zo kan het opgemeten jaarverbruik verspreid worden over de betreffende periode. Het verbruik is afhankelijk van een heel aantal factoren. Dankzij de curve wordt een typeverbruik weergegeven dat rekening houdt met de werk- en vakantiedagen, met de dagindeling (op week- en weekenddagen) en met klimatologische invloeden (winter, zomer). De curve laat dan ook toe om bijvoorbeeld op basis van het verbruik van 1 (zomer)maand of op basis van historische gegevens het verbruik in te schatten voor het volledige jaar (zomer en winter) of voor een afwijkende periode. In verschillende gevallen worden schattingen gemaakt door de distributienetbeheerder en wordt gebruik gemaakt van SLP’s en standaard jaar- of maandverbruiken: de meter is niet bereikbaar (afwezigheid van de energieverbruiker, geen meterstand overgemaakt via een meterkaartje, telefoon of internet...) of het berekende verbruik op basis van de laatste index is niet plausibel (minimaal of abnormaal hoog). De distributienetbeheerder schat uw verbruik op een objectieve en betrouwbare manier op basis van uw historisch energieverbruik. Voor aardgas houdt de distributienetbeheerder ook rekening met de temperatuurschommelingen (graaddagen) tijdens de verbruiksperiode.’
  • Wat is de impact van de bijdrage Energiefonds voor de klanten van het Vlaams EnergieBedrijf?
    Sinds 2016 zijn ook onze klanten onderworpen zijn aan de Vlaamse bijdrage Energiefonds, in de pers ook wel Turteltaks genoemd. Deze energieheffing verdwijnt terug vanaf 1 januari 2018.

    Voor al deze entiteiten heeft het VEB geadviseerd om bij het opstellen van de begroting 2016 in mei 2015 al rekening te houden met een significante (en toen nog veronderstelde) stijging van meerdere niet-energie componenten van de energiefactuur, denk maar aan een stijgende quota voor groenestroomcertificaten en stijging van de distributietarieven. Voor wie rekening hield met dit advies was de impact dus eerder beperkt.

    De hoogte van de bijdrage per verbruiksvolume, en andere veelgestelde vragen over de energieheffing kan u hier terugvinden.
     
  • contract

  • Welke leveringsperiode hanteert het VEB?
    U ziet in onze overeenkomsten dat de initiële leveringsperiode één jaar bedraagt.
    Bij het verstrijken van de Initiële Leveringsperiode wordt de Overeenkomst stilzwijgend en automatisch verlengd voor een periode van onbepaalde duur. De Klant kan afzien van deze stilzwijgende en automatische verlenging mits kennisgeving aan VEB uiterlijk 1 maand vóór het einde van het verstrijken van de Initiële Leveringsperiode via de daartoe bestemde procedure op het Klantenportaal.
    Na het verstrijken van de Initiële Leveringsperiode van 12 maanden kan de Klant de Overeenkomst op elk moment opzeggen via de daartoe bestemde procedure op het Klantenportaal. In dit geval bedraagt de opzegperiode 1 maand die ingaat op de eerste van de maand die volgt op de ontvangst van de kennisgeving van de opzeg. In dit geval is er geen opzegvergoeding verschuldigd.

    De stilzwijgende verlenging is misschien nieuw voor veel entiteiten, maar doordat het VEB zorgt voor de correcte uitvoering van de Wet op de Overheidsopdrachten hoeft u zich niets aan te trekken van de duur. Wij stellen standaard een overeenkomst op van één jaar en na dat jaar kan u maandelijks uitstappen wanneer u wenst.
  • Wij zitten nog onder contract, hoe stappen we over?
    Hiervoor moet u de clausules van uw huidig leveringscontract bekijken. Denk dan aan: wanneer opzeggen, zijn er opzegvergoedingen, hoe hoog zijn die, is een eerdere overstap rendabel of is het beter om toch even te wachten,…
  • Kunnen alle deelentiteiten onder hetzelfde contract?
    Ja, de keuze ligt bij u. We raden zelfs aan om deze gelegenheid te gebruiken om bij u intern te bekijken hoe het een en ander logisch(er) gegroepeerd en vereenvoudigd kan worden. Want binnen één contract kan u op het niveau van de facturatie kiezen voor logische splits. Maar ook bij één centrale factuur, kan u in bijlage en op het klantenportaal het verbruik bekijken per afnamepunt. Wanneer u klant wordt bij het VEB vragen we u om uw klantenboom met de verschillende niveaus door te geven.
  • Mag het volume of aantal EAN’s wijzigen?
    U mag meer of minder volume verbruiken, kosteloos EAN’s toevoegen of verwijderen. Deze flexibiliteit dankt het VEB aan haar keuze voor de kortetermijnmarkt. Waarbij telkens daags tevoren bepaald wordt hoeveel volume het VEB zal leveren.
  • Krijgen we de offertes van de openbare aanbesteding voor leveringen te zien?
    Wij bezorgen deze niet pro-actief aan onze klanten. Op aanvraag kunnen we deze wel aanleveren, dit zowel aan klanten als prospecten.
    Verder is iedereen vrij om deze zelf op te vragen via Enot of EPB.
  • Hoe zit het met de aansprakelijkheid bij stroomonderbrekingen of fouten?
    Wat aansprakelijkheid betreft wordt er een onderscheid gemaakt tussen de technische aspecten van levering enerzijds en de administratieve aspecten anderzijds.

    Als er schade zou ontstaan door technische mankementen of storingen op het net, dan valt dit onder de aansprakelijkheid van de distributienetbeheerder. 
    Als er schade zou ontstaan door administratieve fouten, bijvoorbeeld bij facturatie, doorgeven van aansluitingen enzovoort, dan valt dit onder de aansprakelijkheid van de leverancier.
    Dit is decretaal geregeld.

    In onze leveringscontracten kan u onder puntje 9 de bepalingen rond aansprakelijkheid terugvinden.

  • Wat is het effect van de wijziging in de wet voor de openbare aanbesteding op het VEB?
    De wijzigingen gaan er onder andere over dat er voldoende gedetailleerd moet doorgegeven worden op wie de openbare aanbesteding precies slaat, dus voor wie het VEB aankoopt.
    De impact van de aanpassing is eerder beperkt.
    Momenteel loopt de discussie over het detailleren zelf. Vermoedelijk gaat het om het aangeven van een maximum en een minimum volume.
    Indien er echt in detail zou gegaan moeten worden over bijvoorbeeld de namen van de entiteiten voor wie het volume energie bedoeld is dan gaat dit eigenlijk voorbij aan het doel van de aankoopcentrale: het ontzorgen inzake wet overheidsopdrachten.
    Het VEB heeft voor de levering van aardgas en elektriciteit voor 2017-2018 reeds gegund, op die openbare aanbesteding waren de wijzigingen nog niet van toepassing. 
    Hoe het de jaren na 2018 zal lopen is momenteel nog een beetje moeilijk om te zeggen. Sowieso houdt het VEB rekening met de wijzigingen in de wetgeving en gaat het VEB tegelijkertijd voor de volledige ontzorging van haar klanten. Wij zien geen probleem bij deze wijzigingen.
  • Kunnen verschillende sites of organisaties samen één energieprestatiecontract aangaan?
    Ja, verschillende vormen van clustering kunnen bekeken worden: bijvoorbeeld verschillende afdelingen van één entiteit of verschillende publieke diensten binnen één gemeente. Bij meerdere partijen verhoogt wel de complexiteit van het contract. Alle partijen binnen het contract moeten in eerste instantie bereid zijn de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
  • Waarom moeten we zeker de EAN-code doorgeven?
    De EAN-code is een unieke code per aansluiting. Wanneer een leverancier een aansluitpunt moet overnemen, moet hij dit doen op basis van een EAN-code. De netbeheerders (DNB’s) maken de EAN-codes aan en doen de aansluitingen op het net. Er zijn zo’n 9.000.000 EAN’s in omloop in België. Een kleine vergissing kan dus grote gevolgen hebben. Het is dus van het grootste belang altijd de juiste EAN door te geven voor het verwerken van de overnames. 

    Extra info over EAN: EAN staat voor European Article Numbering. De code wordt in heel Europa gebruikt en erkend. Naast gas en elektriciteit hebben dus ook andere artikels zo’n EAN-code van 18 cijfers. U vindt de EAN-code op uw energiefactuur, en soms ook op de meter.
     
  • energie-efficiëntie

  • Hoe kan het VEB ons helpen om efficiënter om te gaan met energie?
    De benchmarking vanuit de energiedatabank kan een eerste stap zijn om te bekijken welke aanpak uw instelling nodig heeft. Het VEB bekijkt uw energiestrategie in zijn totaliteit. 'Waar staat u nu' en 'waar wilt u in de toekomst naartoe' zijn de cruciale vragen. Vervolgens bekijken we samen hoe we deze doelstellingen kunnen realiseren. Energiediensten met korte en langere terugverdientijd, maar evenzeer de mogelijkheid van energieprestatieprojecten, moeten ons toelaten uw energiefactuur aan te pakken. U hoeft geen klant te zijn voor uw energielevering om deze dienst aan te vragen. Dit vergemakkelijkt wel het proces: als uw energieleverancier beschikken we over uw (actuele en historische) verbruiksgegevens en uw technische aansluitgegevens. Op basis van deze gegevens wordt data-analyse een stuk eenvoudiger.
  • Voert het VEB alle studies rond energie-efficiëntie zelf uit?

    Het VEB heeft alle expertise in huis om zelf de studies uit te voeren, zowel de voorstudies als de diepgaandere studies (bijvoorbeeld conditiemetingen NEN2767, het in kaart brengen van de technische installaties, …). Toch kan er, in functie van de werklast en om een snelle doorlooptijd te garanderen, voor gekozen worden om de studie uit te besteden.

  • Wat is IPMVP®?
    IPMVP® staat voor International Performance Measurement and Verification Protocol, het is een berekeningsmethode om de nullijn te berekenen op basis van vastgelegde parameters. Indien een van deze parameters (bijvoorbeeld bezetting, gebruiksuren, functie,…) wijzigt, zal de nullijn op basis van dit protocol herberekend worden.
  • Wat is energieboekhouding?
    De doelstelling van een energieboekhouding is inzicht verwerven in het energieverbruik. De regelmatige opvolging en de analyse van de verschillende types energie (elektriciteit, aardgas en stookolie) en het waterverbruik van een gebouw heeft verschillende voordelen, waaronder het opsporen van abnormale verbruiken, het doeltreffend energiebesparende maatregelen opvolgen en het gemakkelijk definiëren van besparingspotentieel.
  • Wat is reactief vermogen? Hoe kunnen we ons reactief verbruik verminderen?
    Uit uw stopcontact komt wisselstroom. Toestellen op wisselstroom vragen altijd meer vermogen dan wat ze omzetten in actief vermogen. Het resterende vermogen noemen we reactief vermogen. Een inductiemotor bijvoorbeeld zet 80 tot 90% om in actieve energie en gebruikt het reactief vermogen om een magnetisch veld in de motor te creëren. De verhouding tussen actief vermogen en schijnbaar vermogen is de Cosinus Phi of arbeidsfactor. Die kan dus maximaal 1 zijn, bij 100% actief vermogen. 

    Bij een te hoog reactief vermogen en dus een te lage Cos Phi zijn er grotere warmteverliezen en daalt het rendement. Een belangrijke reden waarom het minimum op 0,9 is gesteld en netbeheerders een boete aanrekenen bij een lagere Cos Phi, is dat door een lagere waarde de stroom in de kabels toeneemt. Hierdoor stijgt ook de warmteontwikkeling in deze kabels. Het zorgt ook voor een extra zware belasting van de schakelinstallaties.

    Er bestaan manieren om de faseverschuiving tot een aanvaardbare waarde terug te brengen. Deze Cos Phi-compensatie gebeurt voornamelijk met condensatoren. Het Vlaams EnergieBedrijf maakt u attent op een consequent te hoog reactief verbruik, en adviseert u in eventuele acties.
     
  • Wat is de EPN-methode?
    EPN staat voor EnergiePrestatie voor Niet-residentiële gebouwen. Klik hier voor meer informatie. Hier vindt u ook een voorbeeld van een groep van assistentiewoningen.
  • Hoe zit het met de kostendekkende vergoeding bij energie-efficiëntieprojecten?

    De kostendekkende vergoeding is vergelijkbaar met de kostendekkende vergoeding bij leveringen. Het VEB zoekt altijd naar de efficiëntste manier van werken om de kostendekkende vergoeding zo laag mogelijk te houden. Kosten worden een op een doorgerekend en transparant gecommuniceerd.

  • energiedata

  • Hoe moet de rapportering verlopen? Krijgen we hulp met onze inventarisatie?
    U zal jaarlijks een vooraf ingevulde en vereenvoudigde Excel ontvangen, waarin de nog ontbrekende informatie kan worden aangevuld. Naarmate er meer authentieke bronnen binnen de overheid ter beschikking komen (VEB als leverancier, Vastgoeddatabank van HFB, afnames van Eandis en Infrax), wordt de input per entiteit minimaal.
  • Hoeveel energie verbruikt de Vlaamse publieke sector?
    Op die vraag zoekt het Vlaams EnergieBedrijf voortdurend het antwoord. Bij gebrek aan coherent databeheer, moeten we schatten. Ons antwoord wordt wel telkens accurater. Doordat we informatie uit ons klantenbeheersysteem koppelen aan de Vastgoeddatabank van Het Facilitair Bedrijf en aansluitgegevens via het Vlaams EnergieAgentschap, krijgen we een nauwkeuriger beeld dan er ooit geweest is. Klik hier voor de energiebarometer.
  • Gaat de dienstverlening die voortkomt uit project Terra gratis zijn?
    Project Terra heeft als doel om alle energieverbruiken van overheden in Vlaanderen in kaart te brengen. Tijdens het voorjaar van 2016 wordt de behoefteanalyse afgerond. De kostprijs van Terra ligt nog niet vast. Vanzelfsprekend proberen wij zoveel mogelijk in te zetten op elementen die een meerwaarde bieden voor overheden. Suggesties en behoeftes kunnen nog steeds doorgegeven worden. We houden u in onze nieuwsbrief op de hoogte van verdere evoluties.
  • energielevering algemeen

  • Wat betekent ontzorging voor het VEB in het kader van energielevering?
    Wij zijn als overheidsdienst opgericht om andere overheidsinstellingen te helpen. We dragen een collectieve verantwoordelijkheid om de hoge energiekost van de Vlaamse overheid te verminderen. Maar we moeten niet allemaal energiespecialisten worden. U kan zich op uw kerntaken concentreren terwijl wij bijvoorbeeld helpen met de aankoop van uw energie, budgetraming en -opvolging, factuurcontrole en -optimalisatie en inzicht in uw verbruik en technische gegevens.
  • Bieden jullie verschillende formules aan?
    Nee, wij streven naar eenvoud en non-discriminatie. We hanteren één prijsformule voor alle entiteiten. Die vereenvoudiging is een van de redenen waarom we de kostendekkende vergoeding laag kunnen houden.
  • Waarom levert het VEB enkel elektriciteit en gas, en geen water, stookolie of pellets bijvoorbeeld?
    Het VEB concentreert zich enkel op leidinggebonden leveringen van energie, dus elektriciteit en aardgas. Dit is decretaal vastgelegd. Water valt niet onder energie en wordt al verdeeld door intercommunales.
  • Bieden jullie in de toekomst nieuwe diensten of producten aan?
    Ja, mogelijks wel, afhankelijk van de behoeften en verwachtingen van onze klanten. Klanten hebben de mogelijkheid om al hun opmerkingen door te geven via het portaal. Ook zitten we tweemaandelijks samen met een stuurgroep dat als klankbord dient. De leden van die stuurgroep waken erover dat onze dienstverlening op maat is van overheidsinstellingen.
  • Geven jullie volumekorting?
    Nee, niet aan individuele entiteiten. Wel daalt de kostendekkende vergoeding bij een stijgend volume. Aan hoe meer entiteiten het VEB levert, hoe goedkoper het dus wordt voor al die entiteiten.
  • Hoe zit het met de aansprakelijkheid bij stroomonderbrekingen of fouten?
    Wat aansprakelijkheid betreft wordt er een onderscheid gemaakt tussen de technische aspecten van levering enerzijds en de administratieve aspecten anderzijds.

    Als er schade zou ontstaan door technische mankementen of storingen op het net, dan valt dit onder de aansprakelijkheid van de distributienetbeheerder. 
    Als er schade zou ontstaan door administratieve fouten, bijvoorbeeld bij facturatie, doorgeven van aansluitingen enzovoort, dan valt dit onder de aansprakelijkheid van de leverancier.
    Dit is decretaal geregeld.

    In onze leveringscontracten kan u onder puntje 9 de bepalingen rond aansprakelijkheid terugvinden.

  • Wat is het effect van de wijziging in de wet voor de openbare aanbesteding op het VEB?
    De wijzigingen gaan er onder andere over dat er voldoende gedetailleerd moet doorgegeven worden op wie de openbare aanbesteding precies slaat, dus voor wie het VEB aankoopt.
    De impact van de aanpassing is eerder beperkt.
    Momenteel loopt de discussie over het detailleren zelf. Vermoedelijk gaat het om het aangeven van een maximum en een minimum volume.
    Indien er echt in detail zou gegaan moeten worden over bijvoorbeeld de namen van de entiteiten voor wie het volume energie bedoeld is dan gaat dit eigenlijk voorbij aan het doel van de aankoopcentrale: het ontzorgen inzake wet overheidsopdrachten.
    Het VEB heeft voor de levering van aardgas en elektriciteit voor 2017-2018 reeds gegund, op die openbare aanbesteding waren de wijzigingen nog niet van toepassing. 
    Hoe het de jaren na 2018 zal lopen is momenteel nog een beetje moeilijk om te zeggen. Sowieso houdt het VEB rekening met de wijzigingen in de wetgeving en gaat het VEB tegelijkertijd voor de volledige ontzorging van haar klanten. Wij zien geen probleem bij deze wijzigingen.
  • Hoeveel energie verbruikt de Vlaamse publieke sector?
    Op die vraag zoekt het Vlaams EnergieBedrijf voortdurend het antwoord. Bij gebrek aan coherent databeheer, moeten we schatten. Ons antwoord wordt wel telkens accurater. Doordat we informatie uit ons klantenbeheersysteem koppelen aan de Vastgoeddatabank van Het Facilitair Bedrijf en aansluitgegevens via het Vlaams EnergieAgentschap, krijgen we een nauwkeuriger beeld dan er ooit geweest is. Klik hier voor de energiebarometer.
  • In hoeverre is jullie elektriciteit groen?
    Wij leveren 100% groene elektriciteit, volgens de Europese definitie en zoals vastgelegd in het Energiedecreet.
    Voor elke MWh die door onze klanten afgenomen wordt, kunnen we een MWh aan garanties voorleggen, zodat de klant met 100% zekerheid weet dat wat hij koopt effectief 100% groen is.
    Deze 'Garanties van oorsprong' bewijzen de afkomst van de elektriciteit. Bekijk ook de vraag hieronder 'Waar komt jullie groene stroom vandaan?'.
     
  • Waar moeten we rekening mee houden bij leegstand?
    Als u in het overnamedocument aangeeft dat het om ‘leegstand’ gaat, zal het geschat jaarlijks verbruik voor dat aansluitingspunt 5 procent bedragen van het gekende verbruik. Dat gekende verbruik leiden we af van het geschat jaarlijks verbruik (GJV) dat we van uw netbeheerder ontvangen. Hierop baseren we ook de ‘tussentijdse facturen’ voor jaarlijks gelezen meters. Wanneer de netbeheerder bij een meteropname vaststelt dat er een hoger verbruik is, vervalt de optie ‘leegstand’ en wordt het normale GJV opnieuw toegepast.

    Het verbruik van leegstand is nooit ‘nul’. Wanneer voor elektriciteit een teller actief staat, is er altijd een minimaal verbruik. Voor gas zet u in de wintermaanden bijvoorbeeld regelmatig de verwarming op om het gebouw op temperatuur te houden en vochtigheid tegen te gaan. Een verbruik van ‘nul’ kan enkel wanneer de teller wordt afgesloten. Hiervoor zal de netbeheerder wel een kost aanreken, voor een heropening van een aansluitpunt eveneens. Als u een meter wilt afsluiten, dient u contact op te nemen met de netbeheerder van uw regio.

    Let op, leegstand kan u enkel aanvragen bij een overname, niet gedurende een lopende verbruiksperiode.
     
  • Waarom moeten we zeker de EAN-code doorgeven?
    De EAN-code is een unieke code per aansluiting. Wanneer een leverancier een aansluitpunt moet overnemen, moet hij dit doen op basis van een EAN-code. De netbeheerders (DNB’s) maken de EAN-codes aan en doen de aansluitingen op het net. Er zijn zo’n 9.000.000 EAN’s in omloop in België. Een kleine vergissing kan dus grote gevolgen hebben. Het is dus van het grootste belang altijd de juiste EAN door te geven voor het verwerken van de overnames. 

    Extra info over EAN: EAN staat voor European Article Numbering. De code wordt in heel Europa gebruikt en erkend. Naast gas en elektriciteit hebben dus ook andere artikels zo’n EAN-code van 18 cijfers. U vindt de EAN-code op uw energiefactuur, en soms ook op de meter.
     
  • energieprestatiecontract

  • Wat is een energieprestatiecontract of EPC?

    Waar studie, implementatie en onderhoud traditioneel door verschillende partijen gebeuren, is bij een EPC één Energy Service Company (ESCO) verantwoordelijk voor al die fases. In een EPC wordt de geplande besparing contractueel vastgelegd. Binnen de termijn van het contract – typisch 10 à 15 jaar – betaal je als vragende partij de ESCO met het budget dat je uitspaart door de gerealiseerde energiebesparing. Het kost je dus geen euro extra. Om de besparing te garanderen implementeert de ESCO een combinatie van energiebesparende maatregelen en eigen energieproductie in de gebouw(en). Na de termijn van het contract is elke winst voor de overheidsinstelling zelf.

    Aangezien onderhoud een wezenlijk deel uitmaakt van energiebeheer, valt kostenefficiënt beheer en onderhoud van de gecontracteerde installaties eveneens onder het contract. Wanneer de klant dit wenst kunnen eveneens andere technische installaties onderhouden worden. In dat geval is er sprake van een onderhoud- en energieprestatiecontract of OEPC.

  • Wat is een ESCO?
    Een ESCO is een energy service company, met andere woorden een leverancier van energiediensten. Een ESCO neemt binnen een (O)EPC de rollen op van zowel studiebureau, installateur en onderhoudsfirma. Als u een (O)EPC-project afsluit,  betaalt u aan de ESCO een vergoeding op basis van de gerealiseerde energiebesparing.
  • Wat is de rol van het VEB binnen een EPC-project?
    Het VEB treedt op als facilitator van het EPC-project. Wij omringen u met alle nodige kennis om een dergelijk project succesvol af te ronden.
    Bij de opstart van uw project bekijken we samen uw gebouwenpatrimonium, de energieverbruiken, uw toekomstplannen. We analyseren of een EPC nuttig kan zijn voor u en hoe dit de meeste meerwaarde voor u realiseert.
    Eenmaal de gebouwen die deel uitmaken van het project vastliggen, zal een detailstudie uitgevoerd worden. Het resultaat van deze detailstudie is een uitgebreid technisch dossier met onder andere de technische beschrijving van alle installaties en de conditiemeting volgens NEN 2767. Deze documenten vormen de basis voor de aanbestedingsdocumenten. Door toepassing van een standaardbestek en -contract kunnen wij u een snelle doorlooptijd garanderen. Eenmaal het contract getekend kan VEB u ondersteunen tijdens de implementatiefase en de uitbating. U betaalt aan het VEB enkel een kostendekkende vergoeding per prestatie die onder meer door maximale standaardisatie en inzet van expertise laag kan worden gehouden.
  • Wat zijn de voorwaarden voor de opstart van een EPC-project?
    • De totale energiefactuur van een EPC-project bedraagt minimaal ongeveer 500.000 euro per jaar. Door gebouwen in éénzelfde project te bundelen kunnen eveneens gebouwen met een lager verbruik betrokken worden.
    • De gebouwen die in aanmerking komen zijn niet meer onderworpen aan langdurige onderhoudscontracten voor onderhoud van alle technische installaties.
    • De verwachting is dat de geselecteerde gebouwen nog minimaal 10 jaar in gebruik blijven.
    • In de geselecteerde gebouwen zijn de eerste jaren geen grootschalige renovatieprojecten gepland die een aanzienlijk effect kunnen hebben op de energiefactuur. Deze piste kan wel bekeken worden wanneer de renovatie in het project kan geïntegreerd worden.
  • Wat zijn de meest genomen maatregelen in een EPC?
    De meest genomen maatregelen zijn aanpassingen aan de technische installaties of aan de regelingen. Vanzelfsprekend zal de ESCO eveneens op zoek gaan naar andere opportuniteiten zoals het vervangen van een verouderde verwarmingsinstallatie of het isoleren van leidingen.
  • Heeft het zin om gebouwschilmaatregelen op te nemen in een EPC?
    Ja en nee.
    Ja: u bekijkt uw gebouwenpark op langere termijn en wenst graag uw gebouwschil mee te integreren in het project. Gezien de terugverdientijd van dergelijke maatregelen kan het zinvol zijn om uw eigen budget mee in het project te integreren. Door toepassing van een EPC kunt u bijkomende maatregelen realiseren.
    Nee: gebouwschilmaatregelen hebben doorgaans een lange levensduur, vragen een hoge investering en hebben dus ook een langere terugverdientijd. Daarom is het, zonder bijkomende budgetten te voorzien, niet ideaal om gebouwschilmaatregelen op te nemen in een EPC.
  • Kunnen gebouwen met langlopende huurcontracten ook in aanmerking komen voor een EPC?

    Ja, dat kan ook. Op voorwaarde dat er goede afspraken met de eigenaar van het gebouw gemaakt worden, en dat de huurder verantwoordelijk is voor het onderhoud en de energiefactuur.

  • Hoelang duurt het om een EPC te gunnen?
    Een typisch EPC-traject, van aanvraag tot gunning contract, neemt ongeveer een jaar in beslag. Afhankelijk van de beschikbare informatie en de stappen die al gezet zijn, kan dit traject eventueel nog verkort worden.
  • Wat is de duur van een EPC?
    Als de nadruk ligt op technische installaties en regelingen, loopt een EPC ongeveer tien jaar. Als gebouwschilmaatregelen mee opgenomen worden kan de duurtijd oplopen tot vijftien jaar of meer.
  • Wat met niet-voorziene onderhoudskosten bij een EPC-project?
    Wie deze kosten betaalt, is afhankelijk van het type contract dat u afgesloten heeft. Bij totale waarborgcontracten zijn deze kosten meestal ten laste van de ESCO. Indien dit niet het geval is, zal de opdrachtgever een bijkomende kost aan de ESCO moeten betalen.
  • Hoe zit het met onderhoud door eigen personeel?

    Er worden goede afspraken gemaakt rond de verantwoordelijkheden en taken van de  ESCO en die van het eigen personeel van de entiteit. Een (O)EPC-project kan eveneens nieuwe opportuniteiten bieden voor de eigen mensen. Aangezien het eigen personeel de installaties door en door kent, kan dit samen met de kennis en de frisse kijk van de ESCO, leiden tot een win-win voor beide partijen.

  • Hoeveel brengt een EPC financieel op?
    Hoeveel u op uw energiefactuur bespaart is afhankelijk van project tot project. Tijdens de looptijd van het contract gaat (een deel van) de energiebesparing naar de ESCO om de investeringen en het onderhoud van de energiebesparende maatregelen te betalen. Na de looptijd van het contract is de volledige winst voor u. Dat de opbrengst aanzienlijk kan zijn bewijst het eerste EPC-project bij OPZC Rekem.
  • Wat houdt de vergoeding aan de ESCO in?
    U betaalt de ESCO met (een deel van) de energiebesparing die deze realiseert. De vergoeding houdt niet alleen de installatie in, maar ook het onderhoud van de geïnstalleerde energiebesparende maatregelen.
  • Waarom neemt het VEB onderhoud mee in het (O)EPC? Kunnen onderhoud en energie niet losgekoppeld worden van elkaar?
    Het VEB is van mening dat onderhoud onlosmakelijk verbonden is met energie. Een efficiënt beheer en onderhoud van installaties zal in vele gevallen leiden tot een lagere energiefactuur. Daarnaast zorgt de koppeling van onderhoud en energie ervoor dat de ESCO op zoek zal gaan naar energiezuinige maar eveneens onderhoudsvriendelijke installaties. Indien voor installaties gekozen wordt met een hoge onderhoudskost zullen minder bijkomende energiebesparende maatregelen kunnen geïmplementeerd worden. Bij een EPC zit het onderhoud van de energiebesparende maatregelen sowieso mee in het contract. Wanneer u dit wenst kan het onderhoud van andere technische installaties mee in het contract opgenomen worden. In dat geval spreken we van een onderhoud- en energieprestatiecontract of OEPC.
  • De voorwaarde van een jaarlijkse energiefactuur van 500.000 euro, is dat per aansluiting of in totaal?
    500.000 is een richtwaarde voor de totale factuur van de publieke dienst of clustering van publieke diensten die het contract aangaan.
  • Kunnen verschillende sites of organisaties samen één energieprestatiecontract aangaan?
    Ja, verschillende vormen van clustering kunnen bekeken worden: bijvoorbeeld verschillende afdelingen van één entiteit of verschillende publieke diensten binnen één gemeente. Bij meerdere partijen verhoogt wel de complexiteit van het contract. Alle partijen binnen het contract moeten in eerste instantie bereid zijn de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
  • Wat gebeurt er met de installaties na afloop van het EPC-project? En hoelang gaan deze mee?
    Na de looptijd van het energieprestatiecontract worden de installaties overgedragen aan de opdrachtgever. Om de daling in het energieverbruik te consolideren, dienen de nodige inzichten in de instellingen en parameters door de ESCO aan de opdrachtgever overgedragen te worden. In principe kan de opdrachtgever, wanneer hij dit wenst, hiermee zelf aan de slag.
    Om ervoor te zorgen dat de installaties een aanvaardbaar niveau hebben wordt gewerkt met de norm NEN2767. De conditiestaat van alle installaties dient op het einde van het contract minimaal conditieniveau 3 (m.a.w. 'redelijke conditie', plaatselijk zichtbare veroudering, functie van bouwdelen niet in gevaar) te hebben en mag geen onaanvaardbare risico’s vertonen. Bijgevolg kan ervan uitgegaan worden dat de installaties nog een bruikbaar niveau hebben. Qua vervangingstermijn kunnen de normale termijnen in acht genomen worden. 
     
  • Zet het VEB openbare aanbestedingen in de markt bij een energieprestatiecontract of de klant zelf?
    Het Vlaams Energiebedrijf zet deze openbare aanbesteding zelf in de marking, VEB is ook tussenpersoon bij de onderhandeling met de verschillende ESCO’s.
    Het is wel zo dat de entiteit nog steeds zelf aan het stuur zit, het VEB zal nooit een stap zetten vooraleer de entiteit zijn goedkeuring/opmerkingen doorgegeven heeft.
  • Welke metingen gebeuren er en met welke normen wordt er rekening gehouden bij metingen?
    Welke metingen er gebeuren, zal van project tot project bekeken worden. We willen enkel diè onderzoeken uitvoeren of laten uitvoeren die een meerwaarde hebben voor het project. We kijken in functie van de beschikbare informatie en de samenstelling van het gebouwenpark, welke normen en metingen een toegevoegde waarde kunnen bieden en noodzakelijk zijn om een goede projectopvolging te garanderen. De energiestromen en de beïnvloedende parameters worden in kaart gebracht naar analogie van het IPMVP protocol. De toestand van de installaties wordt bijvoorbeeld, waar nodig, geïnventariseerd met behulp van NEN2767
  • Wat is het rendement voor de ESCO? Wat als dit hoger ligt dan een lening in de markt?
    De financiering van een EPC-project kan door een entiteit zelf opgenomen worden of door de ESCO opgenomen worden. Bij interessante rentevoeten levert een lening afsluiten voor de ESCO eveneens interessantere voorwaarden op. Deze keuze ligt open en is te bekijken in functie van de budgettaire ruimte die een publieke dienst ter beschikking heeft. Bij de eerste projecten zorgt de ESCO voor de financiering. Deze werkwijze heeft als bijkomend voordeel dat de klant enkel betaalt als de prestatie gerealiseerd wordt. Wanneer zelf een lening afgesloten wordt, is het verhaal complexer. De partij die de lening afsluit staat in voor de terugbetaling ongeacht of het resultaat van het voorliggende project behaald wordt. 
  • Kan collectieve verwarming (CHM) meegenomen worden in een energieprestatiecontract?
    In principe kan men een volledig gebouw (en dus ook de CHM erin) mee opnemen. Zolang de publieke dienst de contractpersoon is, er dus één centraal aanspreekpunt is.
  • Wat als we na 10 jaar verbouwen of bijbouwen? Of wat als we tijdens het EPC verbouwen?
    Als u na 10 jaar verbouwt of bijbouwt, heeft dit geen effect op het EPC wanneer de termijn van het EPC korter is dan 10 jaar. Als dit tijdens het contract gebeurt, moet steeds gekeken worden wat het effect is op de bepaalde baseline (referentieverbruik). Een zeer beperkte wijziging zal niet tot een aanpassing van de baseline leiden. Grote wijzigingen zullen mogelijks dienen besproken te worden met de ESCO wanneer er een impact op het project te verwachten is. 
     
  • Wat als tijdens de looptijd van het EPC het verbruik stijgt vanwege een hogere bezetting van de gebouwen?
    Per EPC wordt een nullijn vastgelegd waarin de parameters die een invloed hebben op het energieverbruik bepaald worden. Het effect op een EPC bij een hogere bezetting wordt daarin normaal gezien vastgelegd voor de verschillende partijen. Indien bezetting een beïnvloedende parameter is, zal de nullijn bijgevolg opnieuw berekend worden bij stijgende bezetting. De gerealiseerde energiebesparing zal ten opzichte van deze nullijn afgezet worden.
  • Wat als er bijvoorbeeld gekozen wordt voor het plaatsen van een nieuwe ketel en die ketel gaat stuk gedurende de looptijd van het EPC?
    De ESCO is gedurende de looptijd van het contract verantwoordelijk voor de installaties die zij geplaatst hebben. Met andere woorden, wanneer zij een nieuwe verwarmingsketel als een van de energiebesparende maatregelen opnemen, zal het onderhoud van deze installaties gedurende de contractperiode inbegrepen zijn. Een defecte installatie zal in dit geval niet leiden tot bijkomende kosten.
  • Wat is een conditiemeting volgens NEN 2767?
    De NEN 2767 norm biedt een uitstekend hulpmiddel om een eenduidig en gestructureerd beeld te krijgen van de technische staat van bouw- en installatiedelen en de aanwezige risico’s. Inspecties volgens deze norm uitgevoerd, leveren heel wat nuttige gegevens voor een meerjaren onderhoudsplanning en budgetraming. Bij onze (O)EPC-projecten passen we deze norm ook toe. Zo kunnen we objectief de staat vóór de start van het project vastleggen volgens vastgestelde criteria. De meetmethode leidt tot een 'score' gaande van 1 (zeer goed) tot 6 (zeer slecht). Na afloop van het contract moet de technische staat minstens gelijk zijn.
  • Kunnen subsidies meegenomen worden in een EPC?
    Wanneer aan de voorwaarden voldaan wordt om de subsidie te bekomen kan dit meegenomen worden in een EPC. Belangrijke factoren hierbij zijn de omvang van de subsidie, de termijn waarop ze beschikbaar is en de zekerheid dat ze toegekend wordt.
  • Kan erfpacht meegenomen worden in een energieprestatiecontract?
    Bij energieprestatiecontracten gaat het over wie eigenaar is van het gebouw, dat is bij erfpacht het geval en dus kan een gebouw betrokken bij erfpacht zeker mee opgenomen worden in een energieprestatieproject.
  • Kunnen huurwoningen opgenomen worden in een energieprestatiecontract?
    Dit kan zeker als de publieke dienst een trekkersrol op zich neemt met betrekking tot de huurders. Belangrijk is daarnaast te bepalen of de publieke dienst wenst door te rekenen aan de huurders of zelf bekostigt.
    Wel moeten we opletten met residentiële gebruikers. Het VEB kan geen diensten rechtstreeks leveren aan residentiële afnemers. Dit is een heel ander juridisch kader.
  • Wat met de kredietwaardigheid van de ESCO?
    De kredietwaardigheid van een ESCO is één van de criteria waaraan ze moeten voldoen bij selectie.
  • facturatie

  • Hoe factureert het VEB?
    Prijzen van distributie, transport, heffingen en taksen rekenen we 1 op 1 door. Prijzen van energie, zijn de prijzen op het moment dat u verbruikt. Voor elektriciteit zijn dit uurtarieven, wat betekent dat uw verbruik van dat uur vermenigvuldigd wordt met het tarief van dat uur. Voor aardgas hebben we dagtarieven, wat betekent dat uw verbruik gedurende de dag vermenigvuldigd wordt met het tarief van die dag.
  • Wat vind ik terug op mijn factuur?

    Op het eerste blad vindt u een totaaloverzicht. In de bijlagen ziet u meer details per EAN. De facturen en gedetailleerde informatie kan u terugvinden op het klantenportaal. Voor de jaarlijks gelezen meters krijgt u enkel bij de afrekeningsfactuur alle details, en dus niet bij de maandelijkse voorschotfacturen.

  • Hoe gebeurt de facturatie, per EAN of op contractniveau (~ multi-EAN)?
    De keuze is volledig aan u. We moedigen u zo gegroepeerd als mogelijk te laten factureren. Ook dan kan u een gedetailleerd overzicht per afnamepunt verkrijgen in de factuurbijlagen. We raden aan om deze gelegenheid te gebruiken om bij u intern te bekijken hoe het een en ander logisch(er) gegroepeerd en vereenvoudigd kan worden. En waarom niet het beheer en goedkeuring bijkomend te centraliseren. Alleszins u bepaalt als klant de meest logische split, bijvoorbeeld per regio of per type verbruiker afgestemd op uw interne processen en werkwijze. Ook op contractniveau zijn er verschillende mogelijkheden. (Zie: Contract)
  • Welke voordelen biedt e-facturatie?
    Met elektronische facturatie wordt het voor u makkelijker om de facturen te archiveren, te verzenden en analyseren (via de volledige download in Excel) en in te geven in de boekhouding. Elektronische multi-EAN-facturen zorgen ervoor dat u minder administratieve rompslomp hoeft te verwerken, waardoor de interne organisatie en processen kunnen vereenvoudigen. Belangrijk is om tijdig na te denken over een goedkeuringsproces met deze elektronische manier van factureren. U heeft de keuze tussen pdf's of XML-facturen.
  • Hoe werkt de facturatie via XML concreet?
    Als een klant via e-facturatie werkt zijn er in principe twee mogelijkheden, voor beide is de eerste stap van toepassing. De klant moet dit melden aan het VEB, zodat we de klant in het klantenbeheersysteem kunnen instellen als een e-facturatie klant. Daarbij moet op elk van de facturatieniveaus een geldig inkooporder ID-nummer staan. Wanneer de facturatie voorbereid wordt en de klant is ingericht als e-facturatie klant, zullen naast de PDF-facturen die op het klantenportaal zullen gepubliceerd worden, ook de XML-facturen verzonden worden naar het Mercuriusplatform. Dat is het platform waar de overheid gebruik van maakt om de e-facturen te verspreiden. Vanaf dit punt is de e-facturatie 'flow' uit de handen van het VEB.

    Via de link KBO-nummer en het Inkoopordernummer ID zal Mercurius de factuur verder verspreiden naar de juiste “factuur-inbox” van de klant. Vanaf hier zijn er twee mogelijkheden:
    • De klant maakt gebruik van Orafin: de factuur zal binnenkomen in de toepassing via de interface tussen Mercurius en Orafin.
    • De klant maakt gebruik van een ander systeem: de klant dient hiervoor eerst een 'system boarding' te ondernemen op het Mercuriusplatform en Magda. Van daaruit kan de factuur terecht komen in de factuur-inbox van de klant. Hierna is compleet afhankelijk van hoe het ERP/boekhoudpakket is ingesteld door de klant.
  • Waarom krijg ik soms een factuur voor een periode die al gefactureerd is?
    Voor een jaarlijks gelezen meter (YMR) krijgt u een afrekening voor de gehele periode, waar ook al voorschotfacturen voor zijn opgemaakt. Hierbij brengen we de voorgaande tussentijdse facturen in mindering, meer info over de werkwijze kan u hier vinden.
    Voor zowel telegelezen, maandelijks als jaarlijks meters kan het zijn dat de distributienetbeheerder ons op een later tijdstip correctieberichten doorstuurt, deze verwerken en factureren we vervolgens door. U kan dan ènkel voor de correctie een negatieve of positieve factuur krijgen.
     
  • Waarom gaan jullie de factuur enkele dagen later versturen?
    Voor de continu en maandelijks gelezen meters wachten we op de exacte gegevens van de netbeheerder. Dit maakt dat er minder correcties (en of correctiefacturen) nodig zijn: efficiënter voor ons en duidelijker voor u.
  • Wat met maandelijks of jaarlijks gelezen meters?
    Om maand- of jaarverbruiken te herleiden tot uur- of dagtarieven (respectievelijk voor elektriciteit of aardgas) maken we gebruik van het relevante ‘synthetisch lastprofiel’ (SLP). Dit profiel geeft aan wat de spreiding is van het verbruik over de maand of jaar, van dag tot dag of in geval van elektriciteit van uur tot uur.
  • Wat is reactief vermogen? Hoe kunnen we ons reactief verbruik verminderen?
    Uit uw stopcontact komt wisselstroom. Toestellen op wisselstroom vragen altijd meer vermogen dan wat ze omzetten in actief vermogen. Het resterende vermogen noemen we reactief vermogen. Een inductiemotor bijvoorbeeld zet 80 tot 90% om in actieve energie en gebruikt het reactief vermogen om een magnetisch veld in de motor te creëren. De verhouding tussen actief vermogen en schijnbaar vermogen is de Cosinus Phi of arbeidsfactor. Die kan dus maximaal 1 zijn, bij 100% actief vermogen. 

    Bij een te hoog reactief vermogen en dus een te lage Cos Phi zijn er grotere warmteverliezen en daalt het rendement. Een belangrijke reden waarom het minimum op 0,9 is gesteld en netbeheerders een boete aanrekenen bij een lagere Cos Phi, is dat door een lagere waarde de stroom in de kabels toeneemt. Hierdoor stijgt ook de warmteontwikkeling in deze kabels. Het zorgt ook voor een extra zware belasting van de schakelinstallaties.

    Er bestaan manieren om de faseverschuiving tot een aanvaardbare waarde terug te brengen. Deze Cos Phi-compensatie gebeurt voornamelijk met condensatoren. Het Vlaams EnergieBedrijf maakt u attent op een consequent te hoog reactief verbruik, en adviseert u in eventuele acties.
     
  • Wat is een inkoopordernummer?
    Een inkoopordernummer (purchase order number of PO-nummer) is een alfanumerieke code die wordt toegewezen aan een bepaald verzoek om goederen of diensten te kopen. PO-nummers worden intern gebruikt door bedrijven om hun aankopen te volgen. Zo ontstaat er een overzicht van hetgeen gebudgetteerd werd en wat er effectief gefactureerd werd. Sommige bedrijven wijzen codes toe aan al hun aankopen en geven deze PO-nummers aan hun klanten. Deze codes kunnen opgesteld worden in eender welk alfanumerieke formaat, bedrijven zullen specifieke letters of cijfers gebruiken om bepaalde info over de bestelling, zoals wat er werd gekocht, de locatie, de koper en de datum aan te geven. Inkoopordernummers dienen dus om budgetten en kosten aan elkaar te linken. Wij vragen voor onze facturatie naar uw inkoopordernummer, maar dat is niet verplicht. Als u niet met inkoopordernummers werkt mag u dit veld leeg laten.
  • Hoe kan ik zelf mijn factuur controleren?
    In het klantenportaal kan u onder het menu-item 'Facturen' uw factuur downloaden met de bijlagen op EAN-niveau. U kan er ook een factuurdetailrapport en meterstandenrapport downloaden. 
    Uw verbruik kan u afhalen onder het menu-item 'Verbruik'.

    Voor de de groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten houden we maandelijks een mini-competitie tussen ingeschreven aanbieders, we kopen aan bij de goedkoopste aanbieder en rekenen een op een door. De gemiddelde maandprijs kan u nakijken op de website van uw regulator, voor VREG is dat hier.

    De distributie- en transportkosten kan u verifiëren op de website van uw regulator (VREG, CWAPE, Brugel).

    Heffingen en taksen tenslotte liggen vast, daarover vindt u eveneens meer informatie bij uw regulator.
     
  • Kunnen aardgas en elektriciteit apart gefactureerd worden?
    Ja, dat is mogelijk.
  • Is domiciliering mogelijk?

    Momenteel nog niet maar het wordt in de toekomst hoogstwaarschijnlijk wel mogelijk. Er zal evenwel geen korting toegestaan worden voor domiciliëring.

  • Waarom wordt een bepaalde EAN niet gefactureerd?
    Als we een EAN (van een maandelijks of telegelezen meter) een bepaalde maand niet factureren, kan het zijn dat de distributienetbeheerder nog niet de nodige gegevens heeft doorgestuurd bij het aanmaken van onze facturen. Ofwel omdat de netbeheerder een onderzoek heeft ingesteld op het aansluitingspunt, ofwel omdat er iets verkeerd gelopen is in de uitwisseling tussen de distributienetbeheerder en ons. We factureren dit aansluitingspunt dan op een later tijdstip.
     
  • Hoe ga ik tewerk als ik een deel van de factuur betwist?
    U kan een betwisting aangeven via het klantenportaal voor de gehele factuur of voor een welbepaalde EAN. Als deze betwisting geldig is, wordt een creditnota aangemaakt voor de gehele factuur, of in geval van multi-EAN-facturatie, de betreffende EAN-bijlage van de factuur. Vervolgens wordt een nieuwe factuur of EAN-bijlage van de factuur opgemaakt. Via e-facturatie wordt een XML-creditnota en vervolgens een nieuwe XML-factuur op het Mercurius-platform geplaatst.
    Concreet betekent dit wel dat u - in geval van een multi-EAN-facturatie - de rest van de factuur betaalt. Bij de eerstvolgende factuur zal dan de creditnota en de nieuwe EAN-factuur verwerkt worden. Als u werkt vanuit XML-facturatie, is de werkwijze identiek.
    Het onbetwiste deel van de factuur betaalt u wel best zo snel mogelijk, zodat daar geen verwijlintresten op aangerekend worden.
  • Krijgen we inzicht in de transmissie- en distributiekosten die per netbeheerder kunnen verschillen?

    Wij geven alle gegevens die we doorkrijgen van de netbeheerders een op een door. Op factuurniveau zal dat een regel per eenheidstype zijn, voor meer details kan u op het klantenportaal terecht. Daar kunt u de gewenste gegevens ook exporteren.

  • Waarom vind ik de creditnota's niet terug in het meterstandenrapport?
    Een creditnota is een annulatie van een vorige factuur. Voor de gecorrigeerde factuur vindt u wel de verbruiken terug in het meterstandenrapport. Er is nooit een verbruik verbonden aan een creditnota. Een creditnota verwijst niet naar een verbruik, maar naar een eerdere factuur, waarvan het verbruik niet meer actueel is.
  • Kunnen facturen opgevraagd worden op basis van meternummer of installatienummer?
    De unieke sleutel is het EAN-nummer, deze is gekoppeld aan de aansluiting; een meternummer is gekoppeld aan een teller die kan vervangen worden en is dus niet uniek en ook niet permanent. Het EAN-nummer is uniek en permanent. Wel staat het u vrij om als een van de twee referentiecodes waarover iedere klant beschikt het meternummer in te geven. 
  • Kunnen we door te klikken op de factuur enkel het voorblad afdrukken of krijgen we ook alle achterliggende afnamepunten?
    Vanop het klantenportaal in het facturenoverzicht kan beide: enkel voorblad of voorblad en bijlages.
    Ga naar het onderdeel 'Facturen' op het klantenportaal. Selecteer de gewenste facturen en klik op 'Facturen exporteren'. Er opent zich dan een scherm met verschillende selectievakjes. U kan ervoor kiezen al dan niet de bijlages mee te exporteren. Het aantal downloads is beperkt tot 100 facturen of 50 facturen met bijlages.

    Wanneer u deze pdf’s nu in een gewone map plaatst (kopieert) of de gecomprimeerde map uitpakt, dan kan u tot 15 bijlagen tegelijk afdrukken door ze te selecteren, rechts te klikken en voor afdrukken te kiezen. Om meer dan 15 bijlagen tegelijk af te drukken volgt u deze werkwijze. Indien u Acrobat Pro heeft, kan u ook meerdere pdf's comprimeren en vervolgens in één keer afdrukken.
  • Wat zijn de tariefcodes die ik terugvind op het klantenportaal?
    De tariefcodes (T01, T02, …) die u op het klantenportaal terugvindt zijn codes die door de netbeheerder gehanteerd worden.
    Deze code bepaalt hoe de transport- en distributiekosten berekend worden. Voor elke regio en voor elk type aansluitpunt (EAN) of verbruik worden er andere tarieven gehanteerd.
    Op de websites van Eandis en Infrax gaat u de prijzen daarvan kunnen terugvinden. Wij nemen die tarieven over bij het berekenen van uw factuur.
  • Waar moeten we rekening mee houden bij leegstand?
    Als u in het overnamedocument aangeeft dat het om ‘leegstand’ gaat, zal het geschat jaarlijks verbruik voor dat aansluitingspunt 5 procent bedragen van het gekende verbruik. Dat gekende verbruik leiden we af van het geschat jaarlijks verbruik (GJV) dat we van uw netbeheerder ontvangen. Hierop baseren we ook de ‘tussentijdse facturen’ voor jaarlijks gelezen meters. Wanneer de netbeheerder bij een meteropname vaststelt dat er een hoger verbruik is, vervalt de optie ‘leegstand’ en wordt het normale GJV opnieuw toegepast.

    Het verbruik van leegstand is nooit ‘nul’. Wanneer voor elektriciteit een teller actief staat, is er altijd een minimaal verbruik. Voor gas zet u in de wintermaanden bijvoorbeeld regelmatig de verwarming op om het gebouw op temperatuur te houden en vochtigheid tegen te gaan. Een verbruik van ‘nul’ kan enkel wanneer de teller wordt afgesloten. Hiervoor zal de netbeheerder wel een kost aanreken, voor een heropening van een aansluitpunt eveneens. Als u een meter wilt afsluiten, dient u contact op te nemen met de netbeheerder van uw regio.

    Let op, leegstand kan u enkel aanvragen bij een overname, niet gedurende een lopende verbruiksperiode.
     
  • Waarom is het zo belangrijk om onze meterstanden tijdig door te geven?
    Het schatten van uw jaarlijks verbruik brengt een kost bij de netbeheerders met zich mee. De netbeheerders hebben daarom een nieuwe maatregel ingevoerd om het aantal schattingen terug te schroeven. Vanaf de derde schatting wordt uw geschat jaarverbruik met een factor vermenigvuldigd, afhankelijk van dat verbruik kan het oplopen tot een factor drie. Bij het doorgeven van de meterstanden wordt dat gecorrigeerd, maar om bij de ontvangst van uw factuur niet voor verrassingen te staan, is het dus in uw belang om de meterstanden tijdig door te geven. Zie ook de uitleg die VREG hierover geeft.
     
  • Wat houdt de federale bijdrage voor elektriciteit en aardgas in?
    Er wordt een federale bijdrage gefactureerd aan de eindafnemers ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteits/aardgasmarkt. De federale bijdrage wordt door de transmissienetbeheerder (ELIA) bij zijn eigen klanten en bij de distributienetbeheerders geïnd, die ze op hun beurt doorrekenen aan de leveringsondernemingen van elektriciteit/aardgas die ze, tenslotte aan de eindafnemers doorrekenen (cascademechanisme). Professionele eindgebruikers met een volume van meer dan 20MWh per jaar kunnen rekenen op een vermindering van de federale bijdrage (=degressiviteit).

    De opbrengst van de federale bijdrage elektriciteit is bestemd voor de financiering van vijf fondsen beheerd door de CREG:

    1. Denuclearisatiefonds
    2. CREG-fonds
    3. Sociaal Energiefonds
    4. Fonds broeikasgassen
    5. Fonds beschermde klanten

    De opbrengst van de federale bijdrage aardgas is bestemd voor de financiering van drie fondsen beheerd door de CREG:

    1. CREG fonds
    2. Fonds beschermde klanten
    3. Fonds bestemd voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van aardgas aan huishoudelijke beschermde afnemers met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.
  • Maken we kans op een vrijstelling van de federale energiebijdrage?
    Op elke MWh aardgas & elektriciteit die verbruikt wordt, wordt een energiebijdrage (ook wel accijnzen genoemd) aangerekend. Het gasverbruik voor WKK’s en voor landbouwbedrijven en het elektriciteitsverbruik voor landbouwbedrijven wordt vrijgesteld van die bijdrage.
    Om de vrijstelling te bekomen moet u een aanvraag (een zogenaamde vergunning energieproducten en elektriciteit) indienen bij de Gewestelijke Directie van Douane en Accijnzen.
    Aan de hand van de NACE-code wordt bepaald of de aanvrager een bedrijf is dat tot de vrijgestelde sector behoort. Voor een WKK volstaat een verklaring op erewoord.
  • Wat is de bijdrage energiefonds precies?
    De Vlaamse Ombudsdienst bundelde al heel wat vragen over de bijdrage Energiefonds, in de pers ook wel Turteltaks genoemd. Klik om te zien of u uw antwoord ertussen vindt.
    Ook de Vlaamse Belastingsdienst bundelde informatie over deze bijdrage. Klik hier voor de overzichtspagina.
    Over de impact op onze klanten, vindt u een andere vraag en antwoord op deze pagina.
    Een andere vraag hierover? Stel uw vraag bij voorkeur via het klantenportaal.
  • Wat is de impact van de bijdrage Energiefonds voor de klanten van het Vlaams EnergieBedrijf?
    Sinds 2016 zijn ook onze klanten onderworpen zijn aan de Vlaamse bijdrage Energiefonds, in de pers ook wel Turteltaks genoemd. Deze energieheffing verdwijnt terug vanaf 1 januari 2018.

    Voor al deze entiteiten heeft het VEB geadviseerd om bij het opstellen van de begroting 2016 in mei 2015 al rekening te houden met een significante (en toen nog veronderstelde) stijging van meerdere niet-energie componenten van de energiefactuur, denk maar aan een stijgende quota voor groenestroomcertificaten en stijging van de distributietarieven. Voor wie rekening hield met dit advies was de impact dus eerder beperkt.

    De hoogte van de bijdrage per verbruiksvolume, en andere veelgestelde vragen over de energieheffing kan u hier terugvinden.
     
  • Ik zie precies factuuronderdelen die ik bij mijn vorige leverancier niet zag?
    Het VEB heeft heel transparante facturen. Elke prijsonderdeel krijgt een aparte factuurlijn in de bijlages per aansluitpunt. Al die onderdelen betaalde u bij uw vorige leverancier ook, wel is het mogelijk dat die anders benoemd of gegroepeerd werden. Alle niet-energiekosten zoals distributie- en transportkosten, heffingen en taksen worden transparant en zonder meerkost doorgerekend. Deze kosten worden 1-op-1 doorgerekend door elke leverancier, de kosten zijn overal hetzelfde want wettelijk vastgelegd.
  • groene stroom

  • Hoe kopen jullie groenestroomcertificaten (GSC’s) en warmtekrachtcertificaten (WKC’s) aan?
    Elke maand houden we een minicompetitie tussen de verschillende aanbieders, we kiezen de goedkoopste uit en kopen exact het aantal certificaten dat we nodig hebben. Die kost rekenen we transparant door.
  • In hoeverre is jullie elektriciteit groen?
    Wij leveren 100% groene elektriciteit, volgens de Europese definitie en zoals vastgelegd in het Energiedecreet.
    Voor elke MWh die door onze klanten afgenomen wordt, kunnen we een MWh aan garanties voorleggen, zodat de klant met 100% zekerheid weet dat wat hij koopt effectief 100% groen is.
    Deze 'Garanties van oorsprong' bewijzen de afkomst van de elektriciteit. Bekijk ook de vraag hieronder 'Waar komt jullie groene stroom vandaan?'.
     
  • Waar komt jullie groene stroom vandaan?
    Je kan ervoor kiezen om specifieke eisen aan groene stroom te stellen. Mogelijke criteria kunnen zijn:
    • Type hernieuwbare energie: CO2-vrij (wind, zon, water) of CO2-neutraal (biomassa)
    • Herkomst: duurder uit België dan uit Scandinavië
    • Impact op het milieu: bv. biomassa die van ver moet worden aangevoerd
    • Ouderdom van de installatie: hoe ouder, hoe goedkoper
    In de loop van 2016 namen we de beslissing om biomassa uit de mix te halen. Biomassa wordt verkregen door verbranding of vergisting van organische materialen zoals hout, plantaardige olie of gft. Of biomassa echt duurzaam is staat ter discussie. Daarom gaan we voortaan voor 100% donkergroen. Verder kiezen we ervoor niet te veel criteria op te leggen aan onze bevoorrader. Want is dat een meerprijs die iedere entiteit wenst te betalen? Voor kleinere entiteiten of besturen kan dat de prijs erg de hoogte in jagen. Een voorbeeldje ter verduidelijking: als wij nu voor 0,10 euro/MWh GVO’s aankopen i.p.v. 0,50 euro/MWh (wanneer we meerdere criteria eisen) dan is dat voor een kleine gemeente met een verbruik van 3.200 MWh elektriciteit al gauw een meerkost van 1.280 euro/jaar.
    Mogelijk gaan we in de toekomst naar twee modellen, waarbij u de keuze krijgt.

    Klik hier voor de verdeling van 2016 (landen van herkomst en energiebronnen).
     
  • Met welke bandbreedte houden jullie rekening per groenestroomcertificaat?
    Het gaat hier over de bandingfactor. De bandingfactor speelt geen enkele rol voor het indienen van groenestroomcertificaten maar enkel voor het toekennen van die certificaten. Dat is het territorium van het VREG, niet van het VEB. Het VEB moet volgens de quota opgelegd door het VREG gewoon x MWh doorrekenen aan haar verbruikers en dat is onafhankelijk van de bandingfactor.
  • hernieuwbare energie

  • Worden warmtekrachtkoppeling (WKK) en warmtepompen ook als hernieuwbare energie beschouwd?
    Er is een verschil tussen alternatieve energieopwekking en 100 % hernieuwbare energie uit zon, wind of water. Een warmtekrachtkoppeling is een brandstofbesparende manier om tegelijkertijd warmte en elektriciteit op te wekken in één proces. Hierdoor wordt weliswaar minder energie verbruikt dan wanneer warmte en elektriciteit apart worden opgewekt, maar dit is daarom nog geen hernieuwbare energie. Een warmtepomp haalt warmte uit de natuur en is daarom een energiezuinige manier van verwarmen maar verbruikt nog steeds elektriciteit, daarom is ook een warmtepomp geen voorbeeld van 100 % hernieuwbare energie.
  • injectie

  • Is injectie ook mogelijk?
    Ja, u kan met ons ook een injectiecontract aangaan. De prijsopbouw is identiek aan de prijs voor afname: in plaats van een Belpex uurtarief plus kostendekkende vergoeding (afname) ontvangt u van ons een Belpex uurtarief min kostendekkende vergoeding (injectie).
  • Zijn overheidsinstellingen btw-plichtig voor injectie?
    Als u niet btw-plichtig bent en u injecteert voor een bedrag lager dan 15.000 euro per jaar (ongeveer 300 MWh) dan hoeft u geen btw te factureren. Injecteert u voor meer dan 15.000 euro per jaar dan moet u wel voldoen aan de btw-plicht. Bent u als organisatie wèl btw-plichtig, dan moet u btw factureren ongeacht het bedrag.
  • klantenportaal

  • Wat kan ik allemaal doen op het klantenportaal?
    U kan uw facturen en verbruik in detail raadplegen en exporteren. Verder is het klantenportaal het voornaamste communicatiemiddel tussen u en het VEB. U kan er alle mogelijke vragen en opmerkingen ingeven. De historiek van die vragen en antwoorden blijft ook beschikbaar. U kan wijzigingen aan uw klantgegevens of afnamepunten aangeven. Eveneens kan de portaaladministrator van uw organisatie zelf gebruikers toevoegen.

    De functionaliteiten van het (nieuwe) klantenportaal worden komende weken en maanden uitgebreid.
  • Mag ik dan niet meer bellen of mailen?
    Dat is uiteraard niet verboden, maar we moedigen het gebruik van het portaal zoveel mogelijk aan. De voordelen voor u zijn niet alleen bereikbaarheid en historiek van alle vragen en antwoorden, maar ook dat we zo de werkingskosten zo laag mogelijk kunnen houden en uw energiefactuur dus ook.
  • Wordt er een technische helpdesk voorzien voor het klantenportaal?
    Via het klantenportaal kan u alle vragen stellen, en indien dat technisch niet mogelijk is, kan u ons mailen of (in laatste instantie) bellen.
  • Hoe filter ik tussen mijn afnamepunten op het klantenportaal?

    Bij ‘verbruiken’ en ‘facturen’ kan u bovenaan op een loep-icoontje klikken om een geavanceerde filter in te stellen. U kan filteren op aansluitingen, metertype, productie versus verbruik, inactieve versus actieve punten, postcode, gas versus elektriciteit en eigen referentienummers.

    In de resultaatstabel onderaan kunt u ook per kolom filteren.

  • Kunnen facturen opgevraagd worden op basis van meternummer of installatienummer?
    De unieke sleutel is het EAN-nummer, deze is gekoppeld aan de aansluiting; een meternummer is gekoppeld aan een teller die kan vervangen worden en is dus niet uniek en ook niet permanent. Het EAN-nummer is uniek en permanent. Wel staat het u vrij om als een van de twee referentiecodes waarover iedere klant beschikt het meternummer in te geven. 
  • Vanaf wanneer staan de verbruiksgegevens online?
    Dat hangt af van het type meter. Bij een telegelezen meter kan u het verbruik een paar dagen later bekijken.
  • Waarom toont het VEB bij de module verbruiken gestandaardiseerde jaar- en maandverbruiken in plaats van de verbruiken waarop de facturatie gebaseerd is?
    De verbruiken van de maandelijks en jaarlijks gemeten tellers krijgen we niet exact per kalendermaand door. Ook is de periode tussen twee opeenvolgende opnames nooit helemaal dezelfde. Om vergelijking tussen verschillende maanden dan mogelijk te maken, herleiden we de werkelijke opnames naar een standaard maand of jaar gebruik makend van de standaard lastenprofielen (SLP’s). Bijkomend splitsen we de jaarlijks gemeten tellers van het enkelvoudige type toch (kunstmatig) op in piek- en dalverbruik om sommatie en vergelijking over alle jaarlijks gemeten tellers heen mogelijk te maken.
  • Waar kan ik de effectieve maandverbruiken downloaden?
    Onder het menu-item ‘Facturen’ op het klantenportaal. Bij ‘download’ kan u ervoor kiezen om enkel de verbruiken te downloaden, hierbij krijgt u de opgenomen waarden voor de maandelijks en jaarlijks gelezen tellers.
  • Kunnen we door te klikken op de factuur enkel het voorblad afdrukken of krijgen we ook alle achterliggende afnamepunten?
    Vanop het klantenportaal in het facturenoverzicht kan beide: enkel voorblad of voorblad en bijlages.
    Ga naar het onderdeel 'Facturen' op het klantenportaal. Selecteer de gewenste facturen en klik op 'Facturen exporteren'. Er opent zich dan een scherm met verschillende selectievakjes. U kan ervoor kiezen al dan niet de bijlages mee te exporteren. Het aantal downloads is beperkt tot 100 facturen of 50 facturen met bijlages.

    Wanneer u deze pdf’s nu in een gewone map plaatst (kopieert) of de gecomprimeerde map uitpakt, dan kan u tot 15 bijlagen tegelijk afdrukken door ze te selecteren, rechts te klikken en voor afdrukken te kiezen. Om meer dan 15 bijlagen tegelijk af te drukken volgt u deze werkwijze. Indien u Acrobat Pro heeft, kan u ook meerdere pdf's comprimeren en vervolgens in één keer afdrukken.
  • Wat zijn de tariefcodes die ik terugvind op het klantenportaal?
    De tariefcodes (T01, T02, …) die u op het klantenportaal terugvindt zijn codes die door de netbeheerder gehanteerd worden.
    Deze code bepaalt hoe de transport- en distributiekosten berekend worden. Voor elke regio en voor elk type aansluitpunt (EAN) of verbruik worden er andere tarieven gehanteerd.
    Op de websites van Eandis en Infrax gaat u de prijzen daarvan kunnen terugvinden. Wij nemen die tarieven over bij het berekenen van uw factuur.
  • Welke stappen dienen we te doorlopen bij een nieuwe aansluiting?
    Er zijn drie verschillende types nieuwe aansluitingen:

    Actieve aansluitingen:
    U logt een verzoek via het klantenportaal via menu-item Verzoeken, knop 'Nieuw verzoek', vervolgens: Verzoek - Aansluiting toevoegen. U vult alle velden in en laadt een zipfile van het 'VEB energieovernamedocument' en de Excel 'Afnamepunten doorgeven' op. Deze documenten kan u terugvinden onder 'Downloads' op het klantenportaal. Vergeet ook zeker niet de meterstanden in te vullen op dit document.
    Verder ook graag alle kolommen invullen van de Excel: de precieze, laagste tak in uw boomstructuur is hierbij belangrijk.

    Hoe zet u de twee documenten samen in een zipfile? Klik rechts op beide bestanden en kies voor Kopiëren naar – Gecomprimeerde (gezipte) map. Deze map kan u tenslotte opladen. 

    Inactieve aansluitingen:
    Gloednieuwe aansluitingen:
    U logt een verzoek via het klantenportaal: menu-item Verzoeken, knop 'Nieuw verzoek', vervolgens: Verzoek - Aansluiting toevoegen. U vult alle velden in en laadt daarbij het volledig ingevulde Excelbestand op (zie hierboven).


     
  • Waarom moeten we zeker de EAN-code doorgeven?
    De EAN-code is een unieke code per aansluiting. Wanneer een leverancier een aansluitpunt moet overnemen, moet hij dit doen op basis van een EAN-code. De netbeheerders (DNB’s) maken de EAN-codes aan en doen de aansluitingen op het net. Er zijn zo’n 9.000.000 EAN’s in omloop in België. Een kleine vergissing kan dus grote gevolgen hebben. Het is dus van het grootste belang altijd de juiste EAN door te geven voor het verwerken van de overnames. 

    Extra info over EAN: EAN staat voor European Article Numbering. De code wordt in heel Europa gebruikt en erkend. Naast gas en elektriciteit hebben dus ook andere artikels zo’n EAN-code van 18 cijfers. U vindt de EAN-code op uw energiefactuur, en soms ook op de meter.
     
  • Hoelang blijven de facturen en verbruiksgegevens beschikbaar?
    In het klantenportaal kan u een historiek zien van drie jaar. Bij het VEB blijven de gegevens evenwel zeven jaar beschikbaar.
  • klantgegevens

  • Waar moeten we rekening mee houden bij leegstand?
    Als u in het overnamedocument aangeeft dat het om ‘leegstand’ gaat, zal het geschat jaarlijks verbruik voor dat aansluitingspunt 5 procent bedragen van het gekende verbruik. Dat gekende verbruik leiden we af van het geschat jaarlijks verbruik (GJV) dat we van uw netbeheerder ontvangen. Hierop baseren we ook de ‘tussentijdse facturen’ voor jaarlijks gelezen meters. Wanneer de netbeheerder bij een meteropname vaststelt dat er een hoger verbruik is, vervalt de optie ‘leegstand’ en wordt het normale GJV opnieuw toegepast.

    Het verbruik van leegstand is nooit ‘nul’. Wanneer voor elektriciteit een teller actief staat, is er altijd een minimaal verbruik. Voor gas zet u in de wintermaanden bijvoorbeeld regelmatig de verwarming op om het gebouw op temperatuur te houden en vochtigheid tegen te gaan. Een verbruik van ‘nul’ kan enkel wanneer de teller wordt afgesloten. Hiervoor zal de netbeheerder wel een kost aanreken, voor een heropening van een aansluitpunt eveneens. Als u een meter wilt afsluiten, dient u contact op te nemen met de netbeheerder van uw regio.

    Let op, leegstand kan u enkel aanvragen bij een overname, niet gedurende een lopende verbruiksperiode.
     
  • Kunnen wij onze interne structuur of klantenboom achteraf nog aanpassen?
    Nee, bij voorkeur niet. Ook voor u wordt het dan moeilijk een duidelijk beeld te krijgen van de historiek. Vandaar dat wij aanraden om bij de initiële opzet goed na te denken hoe u inzicht en overzicht wenst en uw interne structuur daar op af te stemmen.
  • Heeft elk niveau binnen onze boomstructuur een uniek klantennummer?
    Inderdaad, ieder niveau binnen de boomstructuur heeft een uniek klantennummer. Binnen de boom is het niet zo dat de nummers elkaar opvolgen of een specifieke identificatie hebben, ze worden willekeurig toegekend door ons systeem.
  • Kunnen we als klant alles wijzigen? Wat als we zo zaken 'verknoeien'?
    De klant kan zelf geen wijzigingen doorvoeren maar kan wel verzoeken naar het VEB sturen. Als u bijvoorbeeld een wijziging van het facturatieadres aanvraagt, dan zal het VEB met de portaaladministrator contact opnemen om te bepalen of de wijziging gewenst is. Want aanpassen van het facturatieadres kan gevolgen hebben voor de facturen die naar de klant worden gestuurd. Immers als entiteit B besluit een ander facturatieadres te implementeren dan komt B niet bij de factuur van entiteit A.
    Een klantenboom aanmaken in het systeem is dus min of meer definitief. We kunnen aangemaakte klanten (= takken) NIET verwijderen, dus onjuiste takken blijven bestaan maar kunnen we wel deactiveren.
  • Welke gevolgen heeft het aanpassen van onze klantenboom?
    Alle portaalgebruikers moeten opnieuw aangemaakt worden, met een nieuwe gebruikersnaam. De volledige historiek van uw facturatie, budgetopvolging en verzoeken kan u met uw vorige aanmeldgegevens bekijken, maar wordt nièt meegenomen voor de nieuwe klantenboom. U begint dus als het ware met een nieuwe lei. Aan onze kant betekent het natuurlijk veel extra werk, wat een impact kan hebben op de kostendekkende vergoeding.
  • Kunnen we een EAN overzetten naar een andere tak van onze organisatie?
    Dat is alleen mogelijk met ‘switching’. U ontvangt dus ook een eindafrekening.
  • Welke stappen dienen we te doorlopen bij een nieuwe aansluiting?
    Er zijn drie verschillende types nieuwe aansluitingen:

    Actieve aansluitingen:
    U logt een verzoek via het klantenportaal via menu-item Verzoeken, knop 'Nieuw verzoek', vervolgens: Verzoek - Aansluiting toevoegen. U vult alle velden in en laadt een zipfile van het 'VEB energieovernamedocument' en de Excel 'Afnamepunten doorgeven' op. Deze documenten kan u terugvinden onder 'Downloads' op het klantenportaal. Vergeet ook zeker niet de meterstanden in te vullen op dit document.
    Verder ook graag alle kolommen invullen van de Excel: de precieze, laagste tak in uw boomstructuur is hierbij belangrijk.

    Hoe zet u de twee documenten samen in een zipfile? Klik rechts op beide bestanden en kies voor Kopiëren naar – Gecomprimeerde (gezipte) map. Deze map kan u tenslotte opladen. 

    Inactieve aansluitingen:
    Gloednieuwe aansluitingen:
    U logt een verzoek via het klantenportaal: menu-item Verzoeken, knop 'Nieuw verzoek', vervolgens: Verzoek - Aansluiting toevoegen. U vult alle velden in en laadt daarbij het volledig ingevulde Excelbestand op (zie hierboven).


     
  • Waarom moeten we zeker de EAN-code doorgeven?
    De EAN-code is een unieke code per aansluiting. Wanneer een leverancier een aansluitpunt moet overnemen, moet hij dit doen op basis van een EAN-code. De netbeheerders (DNB’s) maken de EAN-codes aan en doen de aansluitingen op het net. Er zijn zo’n 9.000.000 EAN’s in omloop in België. Een kleine vergissing kan dus grote gevolgen hebben. Het is dus van het grootste belang altijd de juiste EAN door te geven voor het verwerken van de overnames. 

    Extra info over EAN: EAN staat voor European Article Numbering. De code wordt in heel Europa gebruikt en erkend. Naast gas en elektriciteit hebben dus ook andere artikels zo’n EAN-code van 18 cijfers. U vindt de EAN-code op uw energiefactuur, en soms ook op de meter.
     
  • Kunnen inactieve afnamepunten nog zichtbaar blijven in het klantenportaal?
    De afnamepunten zijn zichtbaar als ze beleverd worden door het VEB. Als een afnamepunt weggaat bij het VEB zal het de status 'inactief' krijgen.
  • Ik wil een afnamepunt toevoegen, wat moet ik dan doen?
    In het geval van een verhuis kunnen we bij een jaarlijks gelezen meter voor Vlaanderen en Wallonië tot 30 dagen in het verleden switchen en voor Brussel tot 10 dagen. Voor een maandelijks en telegelezen meter moeten we de aanvraag 30 dagen op voorhand indienen. Bij verhuis moet u ook een overnamedocument invullen. Heeft u een nieuw aansluitingspunt of wilt u een verzegelde meter heropenen, geef ons dan de nodige gegevens door via de Excel 'doorgeven afnamepunten'. Vervolgens moet u enkele dagen rekenen voor de verwerking bij de netbeheerder, waarna u met de netbeheerder een afspraak kan maken voor de opening. Wanneer de netbeheerder de meter opent, geeft hij ons de meterstanden door. In omgekeerde volgorde gaat het niet, u moet een energiecontract hebben om een nieuwe meter te openen.
  • Hoelang blijven de facturen en verbruiksgegevens beschikbaar?
    In het klantenportaal kan u een historiek zien van drie jaar. Bij het VEB blijven de gegevens evenwel zeven jaar beschikbaar.
  • klimaatplan zorg

  • Moeten we voor de terugbetaling door VIPA alle maatregelen onder de 5 jaar terugverdientijd uitvoeren? Wat als daar heel veel maatregelen uitkomen en we die investering niet aankunnen?
    Het VIPA wil garantie dat de energieprestatiediagnose aanzet tot acties die haalbaar zijn voor de voorziening. Enkel wanneer het onmogelijk is om bij een bank het nodige krediet te verkrijgen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd minder dan 5 jaar te implementeren bent u niet verplicht al deze maatregelen uit te laten voeren opdat de diagnose gratis is. Samen gaan we de voorgestelde maatregelen en bijhorende investeringen analyseren en nemen we ook uw specifieke noden op in het uiteindelijke energie-efficiëntie actieplan. 
  • Wat als er uit de energieprestatiediagnose enkel maatregelen komen met een langere terugverdientijd dan 5 jaar? Wordt de scan dan ook terugbetaald?
    Ja, de energieprestatiediagnose wordt bekostigd vanaf de aanzet tot actie. In eerste instantie gaat dat over de maatregelen die zich terugbetalen onder de 5 jaar. Indien deze niet van toepassing zouden zijn door recente renovaties of het feit dat het om een performante nieuwbouw gaat, dan zal het VIPA aanmoedigen om investeringen aan te gaan met een langere terugverdientijd aan de hand van middelen die ter beschikking gesteld worden door VIPA. 
  • Kan u een inschatting geven van de kost van een energieprestatiediagnose voor als we die kost zelf moeten dragen?
    De kans dat u de kost zelf moet dragen is zeer gering. U bent enkel verplicht de maatregelen uit te voeren met een terugverdientijd onder de 5 jaar. In de meeste gevallen gaat dit over het beter afstellen van uw gebouwbeheersysteem, waardoor bijvoorbeeld lichten en verwarming niet onnodig aan staan. Dat kost u dus enkel werkuren, geen investeringskost.
     
    Uw winsten door de energiebesparing zijn zoveel maal groter dan de investeringskost. Een terugverdientijd onder de 5 jaar wilt zeggen dat u de investeringskost binnen de 5 jaar terug hebt door de gerealiseerde energiebesparing. Bij verschillende maatregelen zal dat dus nog vroeger liggen, binnen de paar jaar. De jaren erna maakt u uiteraard winst. Bovendien draagt u door actie te ondernemen bij tot het verminderen van de CO2-uitstoot. We zijn ervan overtuigd dat u als zorginstelling graag zorg draagt voor een gezond klimaat voor deze en toekomstige generaties.
     
    Moest u echt niet in staat zijn de maatregelen met korte terugverdientijd uit te voeren, weet dan dat de kost van een energieprestatiediagnose afhangt van verschillende factoren: de grootte en complexiteit van uw gebouw, het aantal technische installaties enzovoort. Aangezien het zorgpatrimonium héél divers is, van een klein kinderdagverblijf tot een groot ziekenhuis, kunnen we hier dus moeilijk een prijskaartje aanhangen.
  • Welk type gebouwen komen in aanmerking voor een energieprestatiediagnose op maat?
    Elke voorziening die over een erkenning of vergunning in de zorg beschikt kan voor zijn zorginfrastructuur een energieprestatiediagnose op maat aanvragen wanneer deze nog minstens 5 jaar na het uitvoeren van de diagnose in gebruik zal blijven. Indien de zorg plaatsvindt in een privéwoning komt deze woning niet in aanmerking voor de diagnose. De groepen van assistentiewoningen komen enkel in aanmerking wanneer ze erkend zijn.
  • Welke informatie moet ik minstens op voorhand verzamelen?
    Vul bij het invullen van het online bestelformulier al zoveel mogelijk aan:
    • Contactpersoon (+ contactgegevens)
    • Adres
    • Voor hoeveel gebouwen u een energieprestatiediagnose wenst
    • Bouwjaar per gebouw
    • Oppervlakte per gebouw
    • Energieverbruik (elektriciteit, gas, stookolie) per gebouw
    In de volgende fase willen we graag weten of u eerdere studies, audits of conditiestaatmetingen heeft laten uitvoeren. We hebben ook het energieprestatiecertificaat nodig. Bijkomend zullen we u vragen naar een overzichtsplan of grondplan van het gebouw (zoals bijvoorbeeld een evacuatieplan).

    Ten slotte is alle bijkomende informatie waarover u beschikt zeer welkom, maar niet noodzakelijk: technische gegevens van installaties (tekeningen of schema's) en informatie over de gebouwschil.
  • Hoe wordt de terugverdientijd berekend?
    De energieprestatiediagnose op maat geeft een overzicht van de investeringskosten. De voorgestelde maatregelen worden opgesplitst volgens terugverdientijd (TVT) en totale actuele kost (TAK). De terugverdientijd is de berekening van de initiële investeringskost gedeeld door de jaarlijkse besparing en wordt opgesplitst in maatregelen onder de 2 jaar TVT, tussen de 2-5 jaar, tussen de 5-10 jaar en boven de 10 jaar. 

    We willen voorkomen dat er verdoken andere kostenposten naar boven komen, dus daarom nemen we ook de totale actuele kost meer. Deze houdt ook rekening met de jaarlijkse onderhoudskosten of vervangingsinvesteringen over de hele levenstijd van de installatie. Deze is niet bij alle maatregelen van toepassing: enkel bij installaties zoals bv. een stookplaatsrenovatie waar nieuwe ketels worden geplaatst en niet bij gebouwschilmaatregelen.

    Er wordt ten slotte ook een som gemaakt van de totale investering voor alle maatregelen, waarna er een opsplitsing gebeurt van het benodigde budget in de komende vijf jaren, rekening houdend met de logische volgorde of prioritering van de uitvoering. 
  • Onze voorziening heeft al energiestudies en besparende maatregelen uitgevoegd. Hoe weten we of de energieprestatiediagnose nog zinvol is?
    De energieprestatiediagnose zal verder bouwen op de voorgaande studies en audits die al betrekking hebben op het gebouw, zo wordt er voorkomen dat er dubbel werk plaatsvindt. We zullen u vragen om al het beschikbare studiemateriaal op voorhand aan te leveren zodat we deze kunnen bekijken en de juiste klemtonen kunnen leggen voor de energieprestatiediagnose. Verder zal u waarschijnlijk nog geen zicht hebben op de investeringsnoden van de maatregelen die werden voorgesteld in andere studies. Het dynamisch investeringsplan als uitkomst van de energieprestatiediagnose brengt deze in kaart alsook de impact van verschillende maatregelen op elkaar.
  • Hoe zal de monitoring en benchmarking gebeuren? Moeten we hiervoor handmatig data aanleveren?
    Door de recente aanpassing van het energiedecreet worden alle verbruiksdata van gezondheids- en welzijnsinstellingen (weldra) automatisch doorgegeven aan de distributienetbeheerders. Via deze weg kan het VEB deze gegevens inladen in TERRA, een online database. Dit laat gedetailleerde monitoring toe. 
  • Wat is de EPN-methode?
    EPN staat voor EnergiePrestatie voor Niet-residentiële gebouwen. Klik hier voor meer informatie. Hier vindt u ook een voorbeeld van een groep van assistentiewoningen.
  • Tegen wanneer moeten de investeringen uitgevoerd worden?
    De maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar dienen binnen de 3 jaar uitgevoerd te worden. Wanneer het plaatsbezoek wordt voorbereid kan u uw specifieke situatie verder toelichten zodat hier rekening mee kan worden gehouden bij de voorstelling van de maatregelen (zoals bijvoorbeeld sloopplannen). De energieprestatiediagnose wordt verder ontwikkeld in functie van een Energie-efficiëntie actieplan. Dit is een samenvatting voor zowel uw voorziening als gelijkaardige voorzieningen om bv. potentieel voor samenaankoop te onderzoeken. Er zal er een feedbackmoment worden georganiseerd tussen de energiedeskundige en de voorzieningen om dit actieplan verder te verfijnen en een aanzet tot verdere gezamenlijke acties. Op basis van uw feedback wordt het actieplan verder aangepast tot het alle noden dekt. Zolang het actieplan stapsgewijs wordt uitgevoerd, zal de kost voor de diagnose niet worden teruggevorderd. Mits de nodige motivatie is er ook altijd een bijsturing mogelijk, het betreft dan ook een dynamisch investeringsplan.
  • Hoe wordt duurzaamheid gedefinieerd? Bekijken jullie dit vanuit het 'people, planet, profit'-model?

    Ja. We kijken niet enkel naar het hoofdstuk energie maar snijden ook andere thema’s aan in de duurzaamheidsmeter zorg:

    • Beheer
    • Mobiliteit
    • Natuurontwikkeling
    • Fysieke omgeving
    • Socio-cultureel
    • Materiaalgebruik
    • Energie
    • Water
    • Welzijn, comfort en gezondheid

     

  • Worden warmtekrachtkoppeling (WKK) en warmtepompen ook als hernieuwbare energie beschouwd?
    Er is een verschil tussen alternatieve energieopwekking en 100 % hernieuwbare energie uit zon, wind of water. Een warmtekrachtkoppeling is een brandstofbesparende manier om tegelijkertijd warmte en elektriciteit op te wekken in één proces. Hierdoor wordt weliswaar minder energie verbruikt dan wanneer warmte en elektriciteit apart worden opgewekt, maar dit is daarom nog geen hernieuwbare energie. Een warmtepomp haalt warmte uit de natuur en is daarom een energiezuinige manier van verwarmen maar verbruikt nog steeds elektriciteit, daarom is ook een warmtepomp geen voorbeeld van 100 % hernieuwbare energie.
  • Wie betaalt de energiedeskundige na zijn plaatsbezoek? Moeten we als voorziening de energieprestatiediagnose prefinancieren?
    U prefinanciert als voorziening niets: u vult enkel het bestelformulier in bij het Vlaams EnergieBedrijf. De financiering wordt door het VIPA met het VEB geregeld.
  • Wat houdt de rol van de klimaatverantwoordelijke in?
    De klimaatverantwoordelijke wordt het eerste aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met klimaatbeleid en het klimaatvisieplan. Welke tijdsbesteding dit vergt is te vroeg om te zeggen. Wel zal deze rol groter zijn voor een grotere voorziening.
  • Wat betekent bijna-energieneutraal (BEN) voor een voorziening?
    Bijna-energieneutraal is kostenoptimaal volgens de EPN-methode. EPN staat voor EnergiePrestatie voor Niet-residentiële gebouwen. We engageren ons vanuit de sector om de eisen voor 2021 per functie al vanaf 2018 aan te houden.
  • Vanaf wanneer gaat de 2,09% besparing in?
    We starten vanaf 2017 aangezien de engagementsverklaring werd ondertekend in januari 2017. 
  • Wat is de rol van de koepelverenigingen in het klimaatengagement zorg?
    Zij hakken mee knopen door in de concrete uitvoering van het klimaatengagement. Ze zorgen ervoor dat alle informatie verspreid wordt bij hun leden.
  • Wat is het referentiejaar voor de energiebesparing?
    We nemen 2016 als referentiejaar.
  • Welke voorzieningen vallen onder het klimaatengagement voor welzijn, volksgezondheid en gezin?
    Elke voorziening die actief is binnen de sector welzijn, volksgezondheid en gezin.
  • Is de 2,09% besparing eenmalig of cumulatief?
    We engageren ons om jaarlijks 2,09% te besparen. De besparing is dus cumulatief.
  • Hoe gaan jullie het maximaal inzetten op hernieuwbare energie en groene stroom afdwingen?
    Dat is te vroeg om te zeggen. VIPA neemt dit mee bij de uitwerking van toekomstige regelgeving als mogelijke hefboom bij infrastructuursubsidies. In de energieprestatiediagnose op maat worden alvast de verschillende mogelijkheden onderzocht waarmee een voorziening kan inzetten op hernieuwbare energie.
  • Hoe worden de middelen verdeeld over zo'n diverse groep als de zorg- en welzijnssector?
    Er wordt in totaal 23 miljoen euro vrijgemaakt tot 2019 vanuit het klimaatfonds voor de verduurzaming van de infrastructuur in de zorg- en welzijnssector. Er is op dit moment nog niet in detail vastgelegd hoe deze middelen verdeeld zullen worden over de verschillende acties en maatregelen. We willen in eerste instantie aan elke voorziening de kans geven om kosteloos een energieprestatiediagnose op maat te laten uitvoeren voor hun patrimonium.
  • Moeten de voorzieningen zelf hernieuwbare energie produceren op hun sites?
    Dit is geen verplichting maar uiteraard mag dat wel. Inzetten op hernieuwbare energie kan zeer eenvoudig starten door 100 % groene elektriciteit aan te kopen. Daarnaast vormt de energieprestatiediagnose een goede basis om verder te onderzoeken hoe er ook op de site zelf hernieuwbare energie kan geproduceerd worden.
  • Worden de projecten gerangschikt volgens potentieel voor het klimaat?
    In een eerste fase werden projecten geselecteerd volgens hun potentieel voor het klimaat, dit gebeurde volgens de gegevens uit de energieprestatiecertificaten (EPC). Na uitrol van het raamcontract zal iedereen binnen de sector beroep kunnen doen op de energieprestatiediagnose op maat. Vanaf dan zal naast het potentieel voor het klimaat ook ‘First In First Out’ (FIFO) steeds een rol spelen bij de toekenning van middelen uit het klimaatfonds. 
  • Welke partners gaan mee aan tafel voor de opmaak van het klimaatvisieplan? Kan elke voorziening meewerken?
    De stakeholders worden actief betrokken bij de verdere uitwerking en operationalisering van de engagementen. Daartoe is er een maandelijkse overlegstructuur opgezet met de koepels uit de zorgsector, het departement WVG, het Vlaams Energiebedrijf (VEB) en het kabinet Vandeurzen. We raden alle voorzieningen aan om steeds feedback te geven via de koepels. Uiteraard is alle medewerking welkom. Van zodra er een eerste sjabloon voor een klimaatvisieplan beschikbaar is zal dit via de koepels ter beschikking gesteld worden.
  • Vanaf wanneer kunnen we een energieprestatiediagnose bestellen?
  • Wanneer wordt de energieprestatiediagnose uitgevoerd na bestelling?
    Alles hangt af van de volledigheid van de informatie die de voorziening aanlevert bij de bestelling. Als bij de bestelling alle info voorhanden is kan er in principe in dezelfde week een plaatsbezoek worden afgesproken met de voorziening. De resultaten van de energieprestatiediagnose komen in de loop van de twee weken na het plaatsbezoek.
  • Wordt er rekening gehouden met de ouderdom van het gebouw?
    Ja, we vragen bij de bestelling steevast het bouwjaar en/of verbouwjaar op, zodat er rekening mee kan worden gehouden. Dat kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij schatting van het aantal centimeters isolatie, als er geen plannen of doorsnedes van zijn. Als deze schatting op basis van het bouwjaar gebeurt, m.a.w. op basis van de gangbare praktijk in dat bouwjaar, dan vermelden we dit in de aannames per maatregel. Hoe meer gebouwinformatie u beschikbaar heeft, hoe minder nood er is aan aannames op basis van ouderdom.
  • Wordt er rekening gehouden met de conditiestaat van de installaties?
    Ja, er wordt volgens de norm NEN2767 een score gegeven bij de verschillende gebouwdelen waar een maatregel wordt voorgesteld: 1 staat voor perfecte staat, 6 staat voor extreem slechte staat. Bij technische installaties wordt aangeduid wanneer een installatie einde levensduur heeft bereikt. Ouderdom en conditie houden soms verband, maar niet altijd. Er is bijvoorbeeld een verschil tussen houten schrijnwerk van 25 jaar oud dat is onderhouden ten opzichte van recenter schrijnwerk dat is verkommerd en kieren of gaten vertoond.
  • Welke methodologie wordt er gehanteerd bij de berekeningen?
    De berekeningsmethode zelf is de kernexpertise van de energiedeskundigen die ter plaatse gaan. Alles wat niet beschikbaar is van informatie moet worden geduid als aanname (bv. isolatiedikte en bouwjaar als er geen plannen zijn). Er wordt niet op basis van gemiddeldes gewerkt, maar op basis van meeteenheden zoals de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) en de correctie via graaddagen (rekening houdend met temperatuurverschil binnen en buiten). Bij een ketelvervanging wordt gekeken naar de staat van de huidige (huidig rendement en regelingen) versus de voorgestelde maatregel(en) zoals betere rendementsketel, pompen en leidingen isoleren, … Soms wordt dat collectief één maatregel, indien nodig kan dit opgesplitst worden in verschillende submaatregelen, maar er wordt steeds voor gezorgd dat er geen dubbele telling kan plaatsvinden. 
  • Kunnen we zelf aanduiden als we maatregelen op een ander moment willen uitvoeren? Hoe verschuift dat de parameters zoals terugverdientijd?
    De energieprestatiediagnose op maat zal het meest logische scenario naar voor schuiven qua volgorde en uitvoeringstermijnen van de maatregelen. Dit wordt bepaald op basis van enerzijds kostenefficiëntie en anderzijds significante klimaatwinst. De energieprestatiediagnose is wel opgebouwd als een dynamische tool die de voorziening in staat stelt om zelf aan te duiden welke maatregelen zullen uitgevoerd worden in welk jaar. De maatregelen zijn interactief berekend: er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een herberekening van de 'baseline' na uitvoering van een maatregel die vóór een andere dient uitgevoerd te worden.. Een voorbeeld: de investering in stookplaatsrenovatie kan minder rendabel zijn - dus een langere terugverdientijd hebben - nadat isolatiemaatregelen zijn getroffen die eerder gerangschikt werden, toch is het voorgestelde totaalplaatje het meest (kosten- en energetisch) efficiënt.
  • prijs

  • Hoe hoog is de kostendekkende vergoeding in 2017?
    In 2017 bedraagt de kostendekkende vergoeding net als in 2016 voor elektriciteit 4,65 euro/MWh en 48 euro/EAN, en voor aardgas 2,25 euro/MWh en 48 euro/EAN.
    Jaarlijks wordt in september de kostendekkende vergoeding ingeschat voor het komende jaar en nagerekend voor het voorbije jaar. Stel dat zou blijken dat het VEB meer inkomsten heeft gegenereerd dan de kosten die ze gemaakt heeft (= een te hoge kostendekkende vergoeding), dan zullen deze meerinkomsten aan de klant van het voorbije jaar worden terugbetaald. Stel dat zou blijken dat het VEB te weinig inkomsten heeft gegenereerd (= een te lage kostendekkende vergoeding), dan zal dit tekort worden verrekend in de kostendekkende vergoeding van het komende jaar. Berekening en narekening zullen transparant worden gecommuniceerd via het klantenportaal en een begeleidende mail.
     
  • Is de kostendekkende vergoeding vast of variabel?

    De kostendekkende vergoeding is vast qua formule maar variabel afhankelijk van uw verbruik. De kostendekkende vergoeding bestaat uit een vast bedrag per aansluiting plus een vast bedrag per MWh. Jaarlijks wordt deze dienstenvergoeding aangepast, en het teveel wordt verrekend. Het VEB hanteert een kostendekkende vergoeding (KDV), de vergoeding voor jaar n+1 wordt jaarlijks bepaald in september van jaar n. Deze vergoeding houdt rekening met het volume dat zal geleverd worden in jaar n+1 en bevat zowel alle kosten die zullen gemaakt worden in jaar n+1  als de afschrijvingskost over 5 jaar van de investeringen om het project levering op te zetten. Deze laatste kost bevat onder andere de investering in het klantenbeheersysteem. De berekening en narekening van deze vergoeding wordt jaarlijks transparant gecommuniceerd.

     

  • Betalen we bij het VEB tweemaal een werkingskost: die van de bevoorrader en die van het VEB?
    Neen, u betaalt één kostendekkende vergoeding. Het klopt dat de bevoorrader een kleine werkingskost doorrekent aan ons. Wij hanteren slechts één gunningscriterium, namelijk de laagste prijs, om deze kost zo voor u te drukken. Deze kleine kost zit al vervat in onze kostendekkende vergoeding. Er komen dus geen kosten bij. U betaalt maar één dienstenvergoeding en dat is onze kostendekkende vergoeding. Er zijn geen verdoken kosten.

    Elke leverancier moet zich bevoorraden en rekent die kost door. Zo ook het VEB. Alleen kozen wij om deze taak voorlopig niet zelf te doen, wel uit te besteden aan een andere marktpartij. Gezien onze KDV alle kosten bevat, dus ook de kost van de partner die deze bevoorrading op zich neemt. 
  • Wat wordt bedoeld met “U betaalt wat u verbruikt op het moment dat u het verbruikt”?
    Wij kopen aan op de spotmarkt, dus aan de prijs van dat moment. De prijs die u betaalt voor het energiegedeelte van uw factuur kan dus variëren. Zo betaalt u een uurprijs voor elektriciteit en een dagprijs voor aardgas. Dit komt op langere termijn goedkoper uit dan wanneer u een vaste prijs zou betalen.
  • Hoe herrekenen jullie de prijs voor de jaarlijks gelezen meters?

    Voor jaarlijks gelezen meters maken we gebruik van eenvoudige voorschotfacturen. Klanten met dit type meters krijgen dus elke maand hetzelfde bedrag gefactureerd, handig voor de budgettering. 

    Wat u eventueel teveel of te weinig heeft betaald wordt verrekend op uw afrekeningsfactuur. Enkel die afrekeningsfactuur bevat alle details.

  • De prijs gaat dus per maand verschillen?

    Dat klopt. Uw volume zal elke maand verschillen, net zoals uw prijs. Deze manier van werken komt gemiddeld op lange termijn goedkoper uit. Punctueel kan aankopen op de langetermijnmarkt goedkoper zijn, maar uit analyses blijkt dat zelfs voor een doorgewinterde aankoper het moeilijk is om systematischer goedkoper te zijn.

    Om u te ondersteunen voorzien wij in budgetraming en budgetopvolging, respectievelijk op kwartaalbasis en maandelijks, om u hierin bij te staan. (Zie ook budgetraming.)



  • Waarom is het zo belangrijk om onze meterstanden tijdig door te geven?
    Het schatten van uw jaarlijks verbruik brengt een kost bij de netbeheerders met zich mee. De netbeheerders hebben daarom een nieuwe maatregel ingevoerd om het aantal schattingen terug te schroeven. Vanaf de derde schatting wordt uw geschat jaarverbruik met een factor vermenigvuldigd, afhankelijk van dat verbruik kan het oplopen tot een factor drie. Bij het doorgeven van de meterstanden wordt dat gecorrigeerd, maar om bij de ontvangst van uw factuur niet voor verrassingen te staan, is het dus in uw belang om de meterstanden tijdig door te geven. Zie ook de uitleg die VREG hierover geeft.
     
  • Wat houdt de federale bijdrage voor elektriciteit en aardgas in?
    Er wordt een federale bijdrage gefactureerd aan de eindafnemers ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteits/aardgasmarkt. De federale bijdrage wordt door de transmissienetbeheerder (ELIA) bij zijn eigen klanten en bij de distributienetbeheerders geïnd, die ze op hun beurt doorrekenen aan de leveringsondernemingen van elektriciteit/aardgas die ze, tenslotte aan de eindafnemers doorrekenen (cascademechanisme). Professionele eindgebruikers met een volume van meer dan 20MWh per jaar kunnen rekenen op een vermindering van de federale bijdrage (=degressiviteit).

    De opbrengst van de federale bijdrage elektriciteit is bestemd voor de financiering van vijf fondsen beheerd door de CREG:

    1. Denuclearisatiefonds
    2. CREG-fonds
    3. Sociaal Energiefonds
    4. Fonds broeikasgassen
    5. Fonds beschermde klanten

    De opbrengst van de federale bijdrage aardgas is bestemd voor de financiering van drie fondsen beheerd door de CREG:

    1. CREG fonds
    2. Fonds beschermde klanten
    3. Fonds bestemd voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van aardgas aan huishoudelijke beschermde afnemers met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.
  • Maken we kans op een vrijstelling van de federale energiebijdrage?
    Op elke MWh aardgas & elektriciteit die verbruikt wordt, wordt een energiebijdrage (ook wel accijnzen genoemd) aangerekend. Het gasverbruik voor WKK’s en voor landbouwbedrijven en het elektriciteitsverbruik voor landbouwbedrijven wordt vrijgesteld van die bijdrage.
    Om de vrijstelling te bekomen moet u een aanvraag (een zogenaamde vergunning energieproducten en elektriciteit) indienen bij de Gewestelijke Directie van Douane en Accijnzen.
    Aan de hand van de NACE-code wordt bepaald of de aanvrager een bedrijf is dat tot de vrijgestelde sector behoort. Voor een WKK volstaat een verklaring op erewoord.
  • Ik krijg momenteel verschillende prijzen per provincie, zal dat bij u ook zo zijn?

    De prijsformule voor het energiegedeelte van uw factuur zal hetzelfde zijn, de totale prijs kan verschillen. Enerzijds kan het verschil zitten op het niet-energiegedeelte van uw factuur, omdat de verschillende netbeheerders andere prijzen hanteren die we een op een doorrekenen. Anderzijds kan er een verschil zitten op het energiegedeelte van uw factuur, omdat het verbruik kan verschillen per gebouw. De uurtarieven voor elektriciteit of dagtarieven voor aardgas zullen daarentegen altijd dezelfde zijn evenals onze kostendekkende vergoeding. Dit geldt niet alleen voor uw aansluitingen, maar ook voor al de aansluitingen van uw collega’s. Dit is conform de basiswaarden van het VEB, namelijk ‘transparant’, ‘niet discriminerend’, ‘kosten reflectief’ en ‘markt reflectief’, wij moeten én willen u elke dag verdienen.

  • Wat is de bijdrage energiefonds precies?
    De Vlaamse Ombudsdienst bundelde al heel wat vragen over de bijdrage Energiefonds, in de pers ook wel Turteltaks genoemd. Klik om te zien of u uw antwoord ertussen vindt.
    Ook de Vlaamse Belastingsdienst bundelde informatie over deze bijdrage. Klik hier voor de overzichtspagina.
    Over de impact op onze klanten, vindt u een andere vraag en antwoord op deze pagina.
    Een andere vraag hierover? Stel uw vraag bij voorkeur via het klantenportaal.
  • Wat is de impact van de bijdrage Energiefonds voor de klanten van het Vlaams EnergieBedrijf?
    Sinds 2016 zijn ook onze klanten onderworpen zijn aan de Vlaamse bijdrage Energiefonds, in de pers ook wel Turteltaks genoemd. Deze energieheffing verdwijnt terug vanaf 1 januari 2018.

    Voor al deze entiteiten heeft het VEB geadviseerd om bij het opstellen van de begroting 2016 in mei 2015 al rekening te houden met een significante (en toen nog veronderstelde) stijging van meerdere niet-energie componenten van de energiefactuur, denk maar aan een stijgende quota voor groenestroomcertificaten en stijging van de distributietarieven. Voor wie rekening hield met dit advies was de impact dus eerder beperkt.

    De hoogte van de bijdrage per verbruiksvolume, en andere veelgestelde vragen over de energieheffing kan u hier terugvinden.
     
  • Hoe zit het met de kostendekkende vergoeding bij energie-efficiëntieprojecten?

    De kostendekkende vergoeding is vergelijkbaar met de kostendekkende vergoeding bij leveringen. Het VEB zoekt altijd naar de efficiëntste manier van werken om de kostendekkende vergoeding zo laag mogelijk te houden. Kosten worden een op een doorgerekend en transparant gecommuniceerd.

  • Gaat de dienstverlening die voortkomt uit project Terra gratis zijn?
    Project Terra heeft als doel om alle energieverbruiken van overheden in Vlaanderen in kaart te brengen. Tijdens het voorjaar van 2016 wordt de behoefteanalyse afgerond. De kostprijs van Terra ligt nog niet vast. Vanzelfsprekend proberen wij zoveel mogelijk in te zetten op elementen die een meerwaarde bieden voor overheden. Suggesties en behoeftes kunnen nog steeds doorgegeven worden. We houden u in onze nieuwsbrief op de hoogte van verdere evoluties.
  • Ik zie precies factuuronderdelen die ik bij mijn vorige leverancier niet zag?
    Het VEB heeft heel transparante facturen. Elke prijsonderdeel krijgt een aparte factuurlijn in de bijlages per aansluitpunt. Al die onderdelen betaalde u bij uw vorige leverancier ook, wel is het mogelijk dat die anders benoemd of gegroepeerd werden. Alle niet-energiekosten zoals distributie- en transportkosten, heffingen en taksen worden transparant en zonder meerkost doorgerekend. Deze kosten worden 1-op-1 doorgerekend door elke leverancier, de kosten zijn overal hetzelfde want wettelijk vastgelegd.
  • Wat zit vervat in de kostendekkende vergoeding van het VEB?

    Onze kostendekkende vergoeding dekt alle werkingskosten:

    • Alle dienstverlening die het VEB als uw collega-overheid vanzelfsprekend vindt: we bekijken bij elke stap waar het efficiënter kan, zowel voor ons als voor u. En telkens bespaart u in tijd en moeite. Of krijgt u inzicht en kansen.
    • De afbetaling van ons klantenbeheersysteem.
    • Personeel en kantoor.
    • Bevoorradingskost. Deze houden we laag door prijs als enige gunningscriterium te hanteren in de openbare aanbesteding.

    Waar dient onze kostendekkende vergoeding alleszins nièt voor?
    • Winst maken.
    • Reclame en doorgedreven marketing.
    • Uitbouw van een op maat dienstverlening: wij hanteren slechts één maat, namelijk die aangepast aan de specifieke behoeften van de publieke sector.
     
  • Hoeveel kan de indicatieve prijsopgave na de haalbaarheidsstudie verschillen met de definitieve prijsopgave?
    De installateur doet er alles aan om de haalbaarheidsstudie zo correct mogelijk uit te voeren. Hoe meer van de opgevraagde informatie u bij uw aanvraag kan bezorgen, hoe correcter de kostprijs bij de haalbaarheidsstudie zal zijn.
    Een eventuele hogere kostprijs na opmaak van het ontwerp valt echter niet uit te sluiten, o.a. omdat de stabiliteitsstudie van het dak of de netstudie van de netbeheerder een meerkost kan genereren. U kan echter op dat moment nog afzien van de effectieve plaatsing van de PV-installatie.
  • zonnepanelen

  • We weten niet zeker of ons dak geschikt is voor zonnepanelen. Kunnen we bestellen als we niet zeker zijn dat we de zonnepanelen laten installeren?
    Ja, een haalbaarheidsstudie zit mee in het proces. Voor de haalbaarheidsstudie komt de installateur ter plaatse binnen de 10 werkdagen na afroep. U krijgt een indicatieve prijsopgave en rendabiliteit. U heeft de mogelijkheid om kosteloos het traject hier te stoppen als u dat wenst. Ook na de volgende (ontwerp)fase heeft u nog de mogelijkheid om het traject stop te zetten.
    Indien de plaatsing op dit moment niet doorgaat, is een beperkte forfaitaire studiekost aan de PV-installateur verschuldigd:
    • Installatie (AC-vermogen) kleiner dan 10 kVA: 150 euro excl. btw
    • Installatie (AC-vermogen) groter dan 10 kVA: 300 euro excl. btw
  • Hoe garandeert het VEB de kwaliteit van uitvoering?
    Naast voornaamste gunningscriterium prijs, zijn er kwaliteitseisen gedefinieerd in het bestek. Gezien bepaalde gunningscriteria (o.a. referenties van min. 50.000 euro, minimaal twee installaties simultaan kunnen uitvoeren, plan van aanpak voor coördinatie van de deelopdrachten, verplichte monitoring) mikt het VEB op de grotere, ervaren installateurs op de markt. Ook na de aanbesteding laat het VEB u niet los. VEB verzorgt de projectopvolging en kwaliteitscontrole. We letten erop dat de timings gerespecteerd worden. Verder stellen we u een klachtenmodule ter beschikking. Als er iets mis gaat, blijft het VEB uw aanspreekpunt, en zoeken we naar een gepaste oplossing.
  • Hoe garandeert het VEB de kwaliteit van de zonnepanelen?
    Alle technische componenten voldoen aan de strenge eisen uit het bestek. De installateur heeft de mogelijkheid om equivalente producten voor te stellen om vlot aan de voorliggende opdracht te kunnen voldoen. Alle equivalente producten zullen door het VEB onderworpen worden aan dezelfde selectiecriteria uit het bestek.
  • Wat is de duur van de overeenkomst en de doorlooptijd van de installatie?
    De vooropgestelde duur van de overeenkomst met de PV-installateur is 1 jaar, met optie op 1 verlenging van 1 jaar. De doorlooptijd van 1 installatie kan 2 à 3 maand bedragen.
  • Zit monitoring en onderhoud mee in het contract?
    U kiest zelf of u gaat voor het optionele monitorings- en onderhoudscontract. Onderhoud gebeurt dan niet enkel op uw vraag; de installateur volgt proactief de installatie op. In dit contract is ook een snelle responstijd per interventie voorzien. Zo krijgt u meer zekerheid over uw rendement.
  • Kan het VEB de grote vraag aan zonnepanelen aan?
    Per provincie hebben we aan 1 installateur gegund met 1 à 2 back-up installateurs in cascadesysteem (afhankelijk van de provincie). In de gunningscriteria is ook opgenomen dat de installateur 2 installaties simultaan moet kunnen uitvoeren. Het platform ten slotte zal de opvolging vereenvoudigen.
  • Wat is het merk van de zonnepanelen/omvormer?
    Het merk en type wordt pas vastgelegd bij het ontwerp van de installatie. Alle technische componenten voldoen aan de strenge eisen uit het bestek. De leverancier heeft de mogelijkheid om equivalente producten voor te stellen om vlot aan de voorliggende opdracht te kunnen voldoen. Alle equivalente producten zullen door het VEB onderworpen worden aan dezelfde selectiecriteria uit het bestek.
  • Welke garanties geeft de PV-installateur op de installatie of de componenten?
    Standaard geldt er een garantieperiode van 10 jaar op de gehele installatie, waarbinnen de PV-installateur zich verbindt tot nazorg conform de in het bestek opgenomen responstijden. Daarnaast geldt er een fabrieksgarantie op de panelen met een gegarandeerd minimumrendement van 90 % na 10 jaar en 75 % na 25 jaar.
  • Zijn we, als we zonnepanelen via het VEB bestellen, in regel met de wet overheidsopdrachten?
    Ja. Het VEB treedt voor haar klanten (publieke entiteiten) op als aankoopcentrale; jullie kunnen hierdoor gebruik maken van de diensten van het VEB zonder zelf een bestek en gunningsprocedure in de markt te zetten.
  • Hoeveel kan de indicatieve prijsopgave na de haalbaarheidsstudie verschillen met de definitieve prijsopgave?
    De installateur doet er alles aan om de haalbaarheidsstudie zo correct mogelijk uit te voeren. Hoe meer van de opgevraagde informatie u bij uw aanvraag kan bezorgen, hoe correcter de kostprijs bij de haalbaarheidsstudie zal zijn.
    Een eventuele hogere kostprijs na opmaak van het ontwerp valt echter niet uit te sluiten, o.a. omdat de stabiliteitsstudie van het dak of de netstudie van de netbeheerder een meerkost kan genereren. U kan echter op dat moment nog afzien van de effectieve plaatsing van de PV-installatie.
Close